Geconsolideerde jaarrekening

Geconsolideerde balans per 31 december 2018

Na resultaatbestemming, bedragen x € 1.000

  Ref.   31-12-2018   31-12-2017
           
ACTIVA          
           
Immateriële vaste activa 4.1   88.133    92.063 
           
Beleggingen 4.2        
Onroerende zaken   1.213.934    1.136.402   
Deelnemingen   1.003    579   
Overige financiële beleggingen:          
- Aandelen en andere niet-vastrentende waardepapieren   1.956.842    2.184.927   
- Obligaties en andere vastrentende waardepapieren   1.645.147    1.790.319   
- Vorderingen uit hypothecaire leningen   283.116    284.840   
- Vorderingen uit andere leningen   171.914    65.666   
- Infrastructuur   40.534    13.936   
- Beleggingen in liquide middelen   30.007    30.120   
- Derivaten   80.905    27.289   
- Andere financiële beleggingen   262.912    208.067   
      5.686.314    5.742.146 
           
Overige vorderingen 4.3   194.221    82.916 
           
Overige activa 4.4        
Onroerende zaken eigen gebruik   67.447    71.311   
Overige vaste bedrijfsmiddelen   26.730    27.405   
Voorraden   2.124    1.955   
      96.301    100.671 
Overlopende activa          
Nog te ontvangen huur en rente   1.214    1.796   
Overlopende activa   12.741    13.486   
      13.955    15.282 
           
Liquide middelen     79.867    78.037 
       
TOTAAL ACTIVA     6.158.791    6.111.115 
  Ref.   31-12-2018   31-12-2017
           
PASSIVA          
           
Groepsvermogen          
Eigen vermogen 4.5 1.048.474    1.251.400   
Aandeel derden 4.6 3.350    1.035   
      1.051.824    1.252.435 
           
Voorzieningen 4.8   188.001    205.627 
           
Technische voorzieningen 4.9   4.584.184    4.291.492 
           
Langlopende schulden 4.11   151.236    149.098 
           
Kortlopende schulden en overlopende passiva 4.12   183.546    212.463 
       
TOTAAL PASSIVA     6.158.791    6.111.115 

Geconsolideerde resultatenrekening over 2018

Opbrengsten en kosten

Bedragen x € 1.000

  Ref.   2018   2017
           
Opbrengsten          
Premieopbrengsten 5.1 450.782    434.773   
Opbrengsten uit beleggingen 5.2 ‑139.287    422.973   
Omzet uitvaartbedrijf 5.1 113.475    116.082   
Overige omzet 5.1 109    3.418   
      425.079    977.246 
Kosten          
Verzekeringstechnische lasten 5.3 284.178    274.061   
Acquisitiekosten 5.5 44.295    39.031   
Inkoopkosten   108.559    109.567   
Personeelskosten 5.4 145.228    125.503   
Afschrijvingen 5.7 34.966    21.742   
Overige bedrijfskosten 5.6 53.702    74.325   
      670.928    644.229 
Groepsresultaat uit gewone bedrijfsuitoefening voor rente en belastingen     ‑245.849    333.017 

Groepsresultaat

Bedragen x € 1.000

  Ref.   2018   2017
           
Groepsresultaat uit gewone bedrijfsuitoefening voor rente en belastingen     ‑245.849    333.017 
           
Rente          
Rentebaten   70    998   
Rentelasten   3.511    3.148   
      ‑3.441    ‑2.150 
Groepsresultaat uit gewone bedrijfsuitoefening voor belastingen     ‑249.290    330.867 
           
Winstdeling 4.9   42.321    17.753 
           
Groepsresultaat voor belastingen     ‑291.611    313.114 
           
Belastingen 5.10   88.462    ‑78.395 
           
Resultaat aandeel derden     ‑243    162 
       
Groepsresultaat na belastingen     ‑203.392    234.881 

Operationele resultatenrekening

Gesegmenteerde informatie

Bedragen x € 1.000

      2018   2017
           
VERZEKERAAR          
           
Baten          
Premieopbrengsten   450.782    434.773   
Opbrengsten beleggingen   130.314    124.624   
Overige omzet   109    3.418   
      581.205    562.815 
Lasten          
Verzekeringstechnische lasten   411.858    395.089   
Personeelskosten   59.010    47.754   
Acquistiekosten   44.295    39.031   
Andere bedrijfskosten   23.405    23.481   
      538.568    505.355 
Operationeel resultaat verzekeraar     42.637    57.460 
           
UITVAARTBEDRIJF          
           
Baten          
Omzet uitvaartbedrijf   241.155    237.110   
Directe kosten uitvaartbedrijf   ‑108.559    ‑109.567   
      132.596    127.543 
Lasten          
Personeelskosten   86.218    77.749   
Andere bedrijfskosten   54.540    51.532   
Financiële lasten   ‑1.319    ‑158   
      139.439    129.123 
Operationeel resultaat uitvaartbedrijf     ‑6.843    ‑1.580 

Gesegmenteerde informatie, vervolg

Bedragen x € 1.000

      2018   2017
           
Operationeel resultaat          
Operationeel resultaat verzekeraar   42.637    57.460   
Operationeel resultaat uitvaartbedrijf   ‑6.843    ‑1.580   
      35.794    55.880 
Overige baten en lasten          
Overige incidentele baten   4.204    ‑   
Overige incidentele lasten   ‑10.738    ‑21.729   
Gift Stichting DELA Fonds   ‑690    ‑887   
Afschrijvingen goodwill   ‑12.769    ‑7.545   
      ‑19.993    ‑30.161 
Beschikbaar voor winstdeling          
Opbrengst beleggingen beschikbaar voor winstdeling en vermogensaanwas   ‑265.091    305.148   
Winstdeling   ‑42.321    ‑17.753   
      ‑307.412    287.395 
Resultaat voor belasting     ‑291.611    313.114 
           
Belastingen     88.462    ‑78.395 
           
Belang van derden     ‑243    162 
       
Resultaat na belasting     ‑203.392    234.881 

Geconsolideerd kasstroomoverzicht over 2018

Bedragen x € 1.000

      2018   2017
           
Resultaat na belasting     ‑203.392    234.881 
           
Aanpassingen          
Afschrijving immateriële vaste activa   23.903    10.486   
Afschrijving vaste bedrijfsmiddelen   11.063    11.257   
Afschrijving geactiveerde acquisitiekosten   7.967    7.184   
Toevoeging technische voorziening   284.725    221.607   
Waardemutaties beleggingen gecorrigeerd voor latente belastingen   218.867    ‑107.836   
Mutatie overige voorzieningen   ‑17.626    9.963   
Mutatie voorraden   ‑170    279   
Mutatie vorderingen   ‑111.305    15.929   
Mutatie overlopende activa   1.328    ‑940   
Mutatie kortlopende schulden   ‑28.917    ‑88.262   
Mutatie financiële vaste activa   ‑52    ‑   
      389.783    79.667 
Kasstroom uit operationele activiteiten (a)   186.391    314.548 
           
Investeringen en aankopen          
- in immateriële vaste activa   ‑19.973    ‑2.206   
- in deelnemingen   ‑372    ‑   
- in onroerende zaken   ‑69.571    ‑29.060   
- in geldleningen en effecten   ‑1.833.609    ‑1.926.941   
- in vaste bedrijfsmiddelen   ‑17.583    ‑23.544   
- in overige financiële beleggingen   ‑62.743    ‑47.043   
      ‑2.003.851    ‑2.028.794 
Desinvesteringen, aflossingen en verkopen:          
- in immateriële vaste activa   ‑    ‑   
- in onroerende zaken   22.864    228.031   
- in geldleningen en effecten   1.764.144    1.345.561   
- in vaste bedrijfsmiddelen   11.059    12.140   
- in overige financiële beleggingen   16.770    88.989   
      1.814.837    1.674.721 
Kasstroom uit investerings- en beleggingsactiviteiten (b)   ‑189.014    ‑354.073 
           
Mutatie minderheidsbelang   2.315    ‑162   
Mutatie langlopende schulden   2.138    3.471   
Kasstroom uit financieringsactiviteiten (c)   4.453    3.309 
           
Per saldo mutatie liquide middelen (a)+(b)+(c)   1.830    ‑36.216 
           
Liquide middelen op 1 januari     78.037    114.253 
           
Liquide middelen op 31 december     79.867    78.037 

Toelichting op de geconsolideerde balans en resultatenrekening

1. Algemene toelichting

1.1. Activiteiten

De activiteiten van DELA Coöperatie U.A. (‘DELA Coöperatie’), statutair gevestigd in Eindhoven, Oude Stadsgracht 1, KvK-nummer 17012026, en haar groepsmaatschappijen (‘de Groep’) bestaan uit verzekeren, beleggen en uitvaartverzorging. De verzekeringsproducten betreffen uitvaartverzekeringen, overlijdensrisicoverzekeringen en spaarverzekeringen. De verzekeringsactiviteiten vinden plaats in Nederland, België en Duitsland. Uitvaartverzorging vindt plaats in Nederland en België.

1.2. Consolidatie

In de consolidatie worden de financiële gegevens opgenomen van DELA Coöperatie, haar groepsmaatschappijen en andere rechtspersonen waarop zij een overheersende zeggenschap kan uitoefenen of waarover zij de centrale leiding heeft. Groepsmaatschappijen zijn rechtspersonen waarin DELA Coöperatie overheersende zeggenschap, direct of indirect, kan uitoefenen doordat zij beschikt over de meerderheid van de stemrechten of op enig andere wijze de financiële en operationele activiteiten kan beheersen. Hierbij wordt tevens rekening gehouden met potentiële stemrechten die direct kunnen worden uitgeoefend op balansdatum.

De groepsmaatschappijen en andere rechtspersonen waarop zij een overheersende zeggenschap kan uitoefenen of waarover zij de centrale leiding heeft, worden voor 100% in de consolidatie betrokken. Het aandeel van derden in het groepsvermogen en in het groepsresultaat wordt afzonderlijk vermeld.

Wanneer er sprake is van een belang in een joint venture dan wordt het desbetreffende belang proportioneel geconsolideerd. Van een joint venture is sprake indien als gevolg van een overeenkomst tot samenwerking de zeggenschap door de twee aandeelhouders gezamenlijk wordt uitgeoefend.

Intercompanytransacties, -winsten en onderlinge vorderingen en schulden tussen groepsmaatschappijen en andere in de consolidatie opgenomen rechtspersonen worden geëlimineerd. Ongerealiseerde verliezen op intercompanytransacties worden ook geëlimineerd tenzij er sprake is van een bijzondere waardevermindering. Waarderingsgrondslagen van groepsmaatschappijen en andere in de consolidatie opgenomen rechtspersonen zijn waar nodig gewijzigd om aansluiting te krijgen bij de geldende waarderingsgrondslagen van de Groep.

Om een goed beeld te geven van de afzonderlijke bedrijfsactiviteiten worden de intercompanytransacties en -resultaten tussen verzekeraar en uitvaartverzorger niet geëlimineerd in de operationele resultatenrekening (onderdeel Gesegmenteerde informatie). Dit betreft de uitkeringen van de uitvaartverzekeringen van de verzekeraar aan het uitvaartbedrijf, huren en rentebaten -lasten op vorderingen en schulden.

Aangezien de resultatenrekening over 2018 van DELA Coöperatie in de geconsolideerde jaarrekening is opgenomen, is in de enkelvoudige jaarrekening volstaan met een weergave van een beknopte resultatenrekening in overeenstemming met artikel 2:402 Burgerlijk Wetboek (hierna BW).

Hieronder is het organigram van de vennootschappen binnen de Groep opgenomen:

Organigram DELA Groep

* Voor deze groepsmaatschappijen is door DELA Coöperatie een zgn. 403'-verklaring afgegeven.

Stichting DELA Depositary & Management (gevestigd te Eindhoven) is niet opgenomen in het organigram van de DELA Groep. Reden is dat een stichting geen juridische eigenaar kent. DELA heeft over Stichting DELA Depositary & Management wel de overwegende zeggenschap en daarom worden de financiële gegevens hiervan voor 100% in de consolidatie opgenomen. Per 1 januari 2019 is de stichting omgezet in een B.V.

DELA Uitvaartverzorging N.V. heeft op 1 januari 2018 haar belang in UNC Holding N.V. uitgebreid van 50% naar 70%. Voor deze uitbreiding van het belang is € 0,2 miljoen betaald. Met deze transactie is een meerderheidsbelang verworven in UNC Holding B.V. en daarom zijn de financiële gegevens van deze vennootschap vanaf deze datum volledig in de consolidatie opgenomen. In 2017 was UNC nog voor 50% in de consolidatie opgenomen.

Op 1 januari 2018 is Algemeen Belang Uitvaartverzorging B.V. gefuseerd met DELA Uitvaartverzorging N.V. De fusie is verwerkt conform de carry over methode.
DELAmondo Vastgoed B.V. heeft in 2018 haar naam gewijzigd in DomusDELA Vastgoed B.V. en DELAmondo Klooster B.V. heeft in 2018 haar naam gewijzigd in DomusDELA Klooster B.V.

Niet in de consolidatie betrokken deelnemingen:

Société d'Étude et de Service pour la Crémation N.V.
Dela Funerals Assistance 1 BVBA heeft een 35% belang in Société d'Étude et de Service pour la Crémation N.V., gevestigd te Charlerois.

Klup B.V.
In 2018 heeft DELA Holding N.V. een 10% belang genomen in Klup B.V., gevestigd te Amsterdam.

DomusDELA Exploitatie B.V.
In 2018 is DomusDELA Exploitatie B.V. opgericht met als activiteiten de verhuur en exploitatie van onroerend goed. Deze entiteit valt onder DELA Holding N.V. en is gevestigd te Eindhoven. Aangezien nog onduidelijk is of deze vennootschap al dan niet wordt afgestoten of geliquideerd en deze vennootschap een verwaarloosbare impact heeft op de consolidatie is ervoor gekozen om deze vennootschap buiten de consolidatie te laten.

Stoppelenburg B.V.
In 2018 is een 20% belang genomen in Stoppelenburg B.V., een uitvaartonderneming gevestigd te Krimpen aan den IJssel.

1.3 Verbonden partijen

Als verbonden partij worden alle rechtspersonen aangemerkt waarover overheersende zeggenschap, gezamenlijke zeggenschap of invloed van betekenis kan worden uitgeoefend. Ook rechtspersonen die overwegende zeggenschap kunnen uitoefenen worden aangemerkt als verbonden partij. Ook de statutaire directieleden, andere sleutelfunctionarissen in het management van de Groep en nauwe verwanten daarvan zijn verbonden partijen.

Transacties van betekenis met verbonden partijen worden toegelicht voor zover deze niet onder normale marktvoorwaarden zijn aangegaan. Hiervan worden indien van toepassing de aard en de omvang van de transactie en andere informatie die nodig zijn voor het verschaffen van het inzicht toegelicht.

1.4 Acquisities en desinvesteringen van groepsmaatschappijen

Vanaf de overnamedatum worden de resultaten en de identificeerbare activa en passiva van de overgenomen onderneming opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening. De overnamedatum is het moment dat overheersende zeggenschap kan worden uitgeoefend in de betreffende onderneming.

De verkrijgingsprijs bestaat uit het geldbedrag of equivalent dat is overeengekomen voor de verkrijging van de overgenomen onderneming vermeerderd met eventuele direct toerekenbare kosten. Indien de verkrijgingsprijs verschilt van het nettobedrag van de reële waarde van de identificeerbare activa en passiva dan wordt het verschil als goodwill aangemerkt.

De maatschappijen die in de consolidatiekring betrokken zijn, blijven in de consolidatie opgenomen tot het moment dat de beslissende zeggenschap wordt overgedragen of dat de maatschappij slechts gehouden wordt om te vervreemden.

1.5 Schattingen

Om de grondslagen en regels voor het opstellen van de jaarrekening te kunnen toepassen, is het nodig dat het Bestuur zich over verschillende zaken een oordeel vormt, en dat het bestuur schattingen maakt die essentieel kunnen zijn voor de in de jaarrekening opgenomen bedragen. Indien het voor het geven van het in art. 2:362 lid 1 BW vereiste inzicht noodzakelijk is, is de aard van deze oordelen en schattingen inclusief de bijbehorende veronderstellingen opgenomen in de toelichting op de betreffende jaarrekeningposten. Deze schattingen zijn naar beste weten door het bestuur gemaakt, maar de daadwerkelijke uitkomsten kunnen uiteindelijk afwijken van die schattingen.

De belangrijkste schattingen hebben betrekking op:

  • de actuele waarde van beleggingen;
  • de gehanteerde grondslagen voor de technische voorzieningen;
  • de waardering van de niet-technische voorzieningen.

1.6 Opmaken en vaststellen jaarrekening

De jaarrekening 2018 is opgemaakt door het Bestuur op 17 april 2019 en is vastgesteld in de Algemene Vergadering van 25 mei 2019. De jaarrekening 2017 is in de Algemene Vergadering van 26 mei 2018 conform voorstel vastgesteld.

2. Grondslagen voor balanswaardering en resultaatbepaling

2.1 Algemeen

De geconsolideerde jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de wettelijke bepalingen van Titel 9 Boek 2 BW en de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving (RJ). Alle bedragen luiden in duizenden euro’s, tenzij anders is aangegeven.

De waardering en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten tenzij anders vermeld. Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop ze betrekking hebben. Winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verplichtingen en mogelijke verliezen die hun oorsprong vinden voor het einde van het verslagjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden.

2.2 Vreemde valuta

Functionele valuta
De posten in de jaarrekening van de groepsmaatschappijen worden gewaardeerd met inachtneming van de valuta van de economische omgeving waarin de groepsmaatschappij voornamelijk haar bedrijfsactiviteiten uitoefent (de functionele valuta). De euro is de functionele en presentatievaluta van de Groep.

Transacties, vorderingen en schulden
Transacties in vreemde valuta gedurende de verslagperiode zijn in de jaarrekening verwerkt tegen de koers op transactiedatum. Activa en passiva in vreemde valuta die op actuele waarde worden gewaardeerd, worden omgerekend tegen de koers per balansdatum. Koersverschillen die optreden bij de afwikkeling van monetaire posten zijn in de resultatenrekening verwerkt in de periode dat zij zich voordoen.

Activa die volgens de verkrijgingsprijs worden gewaardeerd in een vreemde valuta, worden omgerekend tegen de wisselkoers op de transactiedatum (of de benaderde koers).

2.3 Herverzekeringscontracten

Uit hoofde van met herverzekeraars afgesloten contracten wordt de Groep gecompenseerd voor verliezen op uitgegeven verzekeringscontracten.

Herverzekeringspremies, provisies en uitkeringen evenals technische voorzieningen voor herverzekeringscontracten worden op dezelfde wijze verantwoord als de directe verzekeringen waarvoor de herverzekeringen zijn afgesloten. Het aandeel van herverzekeraars in de technische voorzieningen en de uitkeringen waartoe DELA Coöperatie uit hoofde van haar herverzekeringscontracten gerechtigd is, worden in mindering gebracht op de bruto technische voorzieningen. De kortlopende vorderingen op herverzekeraars zijn opgenomen onder de vorderingen.

De waardering van door en aan herverzekeraars verschuldigde bedragen geschiedt in overeenstemming met de voorwaarden van de herverzekeringscontracten. Verplichtingen uit herverzekering betreffen voornamelijk te betalen premies.

De vorderingen uit hoofde van herverzekeringscontracten worden op de balansdatum beoordeeld op eventuele bijzondere waardeverminderingen.

2.4 Immateriële vaste activa

De immateriële vaste activa zijn gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs onder aftrek van afschrijvingen. De economische levensduur en de afschrijvingsmethode worden aan het einde van het boekjaar opnieuw beoordeeld. Bij eventuele significante wijzigingen worden de afschrijvingstermijn en de afschrijvingsmethode herzien.

Om vast te stellen of er voor een immaterieel vast actief sprake is van een bijzondere waardevermindering wordt verwezen naar paragraaf 2.8.

Goodwill
De bij acquisities betaalde goodwill is gewaardeerd tegen de op het moment van verkrijging vastgestelde reële waarde. Deze waarde is bepaald op basis van het bedrag dat betaald zou worden tussen onafhankelijke partijen die ter zake goed geïnformeerd zijn en tot transactie bereid zouden zijn. De goodwill wordt lineair afgeschreven over de verwachte toekomstige gebruiksduur op basis van de verwachte economische levensduur, welke jaarlijks wordt beoordeeld. De huidige verwachte levensduur voor goodwill betreft 20 jaar.

Overgenomen verzekeringsportefeuilles
De toekomstige kasstromen van overgenomen verzekeringsportefeuilles zijn gewaardeerd tegen de op het moment van verkrijging vastgestelde reële waarde. Deze waarde is bepaald op basis van het bedrag dat betaald zou worden tussen onafhankelijke partijen die ter zake goed geïnformeerd zijn en tot transactie bereid zouden zijn. Deze waarde wordt lineair afgeschreven over de verwachte toekomstige gebruiksduur op basis van de verwachte economische levensduur, welke jaarlijks wordt beoordeeld. De huidige verwachte levensduur voor overgenomen verzekeringsportefeuilles betreft 20 jaar.

Concessies, vergunningen en overige immateriële activa
Kosten van concessies en vergunningen worden gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs en lineair afgeschreven over de verwachte toekomstige gebruiksduur met een maximum van 20 jaar.

2.5 Beleggingen

Hieronder wordt per beleggingscategorie de grondslag beschreven. Het merendeel van de beleggingen wordt gewaardeerd tegen actuele waarde. Waar een nadere toelichting nodig is van de actuele waarde zal deze in hoofdstuk 4 bij de toelichting op de balanspost worden gegeven. 

Onroerende zaken
Onroerende zaken worden gewaardeerd tegen de actuele waarde op balansdatum.

Deelnemingen
Deelnemingen waarin invloed van betekenis kan worden uitgeoefend, worden gewaardeerd volgens de nettovermogenswaardemethode. Wanneer 20% of meer van de stemrechten uitgebracht kan worden, is er sprake van een wettelijk vermoeden van invloed van betekenis.

De nettovermogenswaarde wordt berekend volgens de grondslagen die gelden voor deze jaarrekening; voor deelnemingen waarvan onvoldoende gegevens beschikbaar zijn voor aanpassing aan deze grondslagen, wordt uitgegaan van de waarderingsgrondslagen van de desbetreffende deelneming.

Indien de waardering van een deelneming volgens de nettovermogenswaarde negatief is, wordt deze op nihil gewaardeerd. Indien en voor zover DELA Coöperatie in deze situatie geheel of gedeeltelijk instaat voor de schulden van de deelneming, wordt een voorziening getroffen. De eerste waardering van gekochte deelnemingen is gebaseerd op de reële waarde van de identificeerbare activa en passiva op het moment van acquisitie. Daarna worden, uitgaande van de waarden bij eerste waardering, de grondslagen toegepast die gelden voor deze jaarrekening.

Deelnemingen waarop geen invloed van betekenis kan worden uitgeoefend, worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs. Indien sprake is van een duurzame waardevermindering vindt waardering plaats tegen deze lagere waarde; afwaardering vindt plaats ten laste van de resultatenrekening.

De onder financiële vaste activa opgenomen vorderingen op deelnemingen worden gewaardeerd tegen de reële waarde van het verstrekte bedrag, gewoonlijk de nominale waarde, onder aftrek van noodzakelijk geachte voorzieningen.

Aandelen en andere niet-vastrentende waardepapieren
Aandelen en converteerbare obligaties worden gewaardeerd tegen reële waarde. Aandelen worden gewaardeerd tegen beurskoers op balansdatum.

Zowel ongerealiseerde als gerealiseerde winsten en verliezen ten gevolge van verkopen en waardeveranderingen van aandelen worden in de resultatenrekening verantwoord. Transactiekosten worden rechtstreeks in de resultatenrekening verwerkt.

Obligaties en andere vastrentende waardepapieren
Obligaties worden gewaardeerd tegen reële waarde aan de hand van officiële noteringen in de financiële markten. Zowel ongerealiseerde als gerealiseerde winsten en verliezen ten gevolge van verkopen en waardeveranderingen van obligaties worden in de resultatenrekening verantwoord.

Vorderingen uit hypothecaire leningen
Vorderingen uit hypothecaire leningen worden gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs. De directe kosten die samenhangen met het verstrekken van een hypothecaire lening worden opgenomen als aankoopkosten. Zij zijn onderdeel van de geamortiseerde kostprijs en worden geactiveerd op de balans. Op balansdatum wordt beoordeeld of er objectieve waarnemingen zijn voor bijzondere waardeverminderingen van de vorderingen uit hypothecaire leningen. Indien dit het geval is, dient dit verlies verantwoord te worden in de resultatenrekening.

Vorderingen uit andere leningen
De beleggingen in bedrijfsleningen worden gewaardeerd tegen reële waarde.

Vorderingen uit andere leningen met een vastgestelde rente worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs onder aftrek van een voorziening voor oninbaarheid. Geldleningen met een variabele rente worden gewaardeerd tegen reële waarde.

Infrastructuur
Participaties in infrastructuurfondsen worden gewaardeerd tegen reële waarde.

Derivaten
Afgeleide financiële instrumenten, waaronder interest rate swaps, aandelenopties en valutatermijncontracten worden gewaardeerd tegen reële waarde. Het betreft niet-beursgenoteerde stukken en deze worden gewaardeerd op basis van financiële modellen, de 'mark-to-model' methode.

Indien afgeleide financiële instrumenten een negatieve waarde hebben, worden deze op de balans gerubriceerd onder de kortlopende schulden.

Beleggingen in liquide middelen
Beleggingen in liquide middelen worden gewaardeerd tegen reële waarde die gelijk is aan de nominale waarde.

Andere financiële beleggingen
De andere financiële beleggingen worden gewaardeerd tegen reële waarde. Uitzondering hierop is de kunstcollectie welke tegen kostprijs is gewaardeerd.
De waarde van de kunstcollectie bedraagt per 31 december 2018 € 2,2 miljoen.

Opbrengsten uit beleggingen
Onder opbrengsten uit beleggingen zijn begrepen:

  • huuropbrengsten uit beleggingen in onroerende zaken;
  • beheerkosten van beleggingen in onroerende zaken;
  • dividenden uit deelnemingen gewaardeerd tegen kostprijs; 
  • beheer- en bewaarkosten van aandelen en obligaties;
  • dividenden van aandelen;
  • interest op beleggingen in vastrentende waarden;
  • gerealiseerde resultaten bij verkoop van beleggingen;
  • ongerealiseerde resultaten als gevolg van waardemutaties van beleggingen;
  • overige rentebaten en-lasten.

Rentebaten en -lasten worden tijdsevenredig verwerkt, rekening houdend met de effectieve rentevoet van de betreffende passiva. Bij de verwerking van de rentelasten wordt rekening gehouden met de verantwoorde transactiekosten op de ontvangen leningen.

2.6 Vorderingen

Vorderingen worden bij eerste verwerking gewaardeerd tegen de reële waarde van de tegenprestatie. Vorderingen worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs. De reële waarde van de vorderingen benadert de boekwaarde. Bij een verlengde overeengekomen betalingstermijn wordt de reële waarde bepaald aan de hand van de contante waarde van de verwachte ontvangsten onder aftrek van een eventuele voorziening wegens oninbaarheid.

Latente belastingvorderingen worden opgenomen voor tijdelijke verschillen tussen de waarde van de activa en de passiva volgens fiscale voorschriften enerzijds en de in deze jaarrekening gevolgde waarderingsgrondslagen anderzijds. De berekening van de latente belastingvorderingen geschiedt tegen de op het einde van het verslagjaar geldende belastingtarieven of tegen de in de komende jaren geldende tarieven, voor zover reeds bij wet vastgesteld.

2.7 Overige activa

Onroerende zaken in eigen gebruik
De waardering van deze onroerende zaken geschiedt tegen de kostprijs minus afschrijvingen, rekening houdend met een eventuele afwaardering op basis van een lagere realiseerbare marktwaarde. De afschrijvingen geschieden op basis van een vast percentage van de aanschafwaarde van 3% per jaar. Op terreinen wordt niet afgeschreven. Kosten voor herstel en groot onderhoud worden direct ten laste van het resultaat genomen.

Overige vaste bedrijfsmiddelen
De overige vaste bedrijfsmiddelen waaronder inventarissen en auto’s zijn opgenomen tegen de aanschafwaarde verminderd met afschrijvingen op basis van de verwachte levensduur, rekening houdend met de eventuele restwaarde. Kosten voor herstel en groot onderhoud worden direct ten laste van het resultaat genomen.

De afschrijving vindt lineair plaats. De afschrijvingstermijnen zijn als volgt:

  • Installaties: 10 jaar;
  • Inventaris: 5 jaar;
  • Rouwauto’s: 8 jaar;
  • Overige auto’s: 5 jaar;
  • Bedrijfskleding: 2 jaar;
  • Laptops: 4 jaar.

Voorraden
Voorraden worden gewaardeerd op verkrijgingsprijs onder toepassing van de FIFO-methode (‘first in, first out’) of lagere marktwaarde. De verkrijgingsprijs omvat alle kosten die samenhangen met de verkrijging, alsmede gemaakte kosten om de voorraden op hun huidige plaats en in hun huidige staat te brengen. De lagere marktwaarde is de geschatte verkoopprijs onder aftrek van direct toerekenbare verkoopkosten. Bij de bepaling van de lagere marktwaarde wordt rekening gehouden met de incourantheid van de voorraden.

2.8 Bijzondere waardeverminderingen van vaste activa

Door de Groep wordt op balansdatum beoordeeld of er aanwijzingen zijn dat een vast actief aan een bijzondere waardevermindering onderhevig kan zijn. Indien dergelijke indicaties aanwezig zijn, wordt de realiseerbare waarde van het actief vastgesteld. Indien het niet mogelijk is de realiseerbare waarde voor het individuele actief te bepalen, wordt de realiseerbare waarde bepaald van de kasstroom genererende eenheid waartoe het actief behoort. Van een bijzondere waardevermindering is sprake als de boekwaarde van een actief hoger is dan de realiseerbare waarde; de realiseerbare waarde is de hoogste van de marktwaarde en de bedrijfswaarde.

Indien wordt vastgesteld dat een bijzondere waardevermindering die in het verleden verantwoord is, niet meer bestaat of is afgenomen, wordt deze bijzondere waardevermindering teruggedraaid tot maximaal de boekwaarde die bepaald zou zijn indien geen bijzondere waardevermindering voor het actief zou zijn verantwoord.

Ook voor financiële instrumenten beoordeelt de Groep op iedere balansdatum of er objectieve aanwijzingen zijn voor bijzondere waardeverminderingen van een financieel actief of een groep van financiële activa. Bij aanwezigheid van objectieve aanwijzingen voor bijzondere waardeverminderingen wordt de omvang van het verlies uit hoofde van de bijzondere waardeverminderingen bepaald en direct verwerkt in de resultatenrekening.

Bij financiële activa die gewaardeerd zijn tegen aflossingswaarde, wordt de omvang van de bijzondere waardevermindering bepaald als het verschil tussen de boekwaarde van het actief en de best mogelijke schatting van de toekomstige kasstromen, contant gemaakt tegen de effectieve rentevoet van het financiële actief zoals die is bepaald bij de eerste verwerking van het instrument. Eventuele terugname van het waarderverminderingsverlies wordt beperkt tot maximaal het bedrag dat nodig is om het actief te waarderen op de geamortiseerde kostprijs. Het teruggenomen verlies wordt dan in de resultatenrekening verwerkt.

2.9 Overlopende Activa

De vorderingen worden tegen nominale waarde gewaardeerd. Noodzakelijk geachte voorzieningen voor mogelijke verliezen als gevolg van oninbaarheid worden in mindering gebracht.

2.10 Liquide middelen

Liquide middelen bestaan uit kas, banktegoeden en deposito’s met een looptijd korter dan twaalf maanden. Rekening-courantschulden bij banken zijn opgenomen als kortlopende schulden onder schulden aan kredietinstellingen. Liquide middelen worden gewaardeerd tegen nominale waarde.

2.11 Aandeel derden

Het aandeel derden als onderdeel van het groepsvermogen wordt gewaardeerd tegen het bedrag van het netto belang in de desbetreffende groepsmaatschappijen.

Voor zover de betreffende groepsmaatschappij een negatieve nettovermogenswaarde heeft, wordt deze negatieve waarde niet toegewezen aan het aandeel derden, tenzij de houders van het aandeel derden een feitelijke verplichting hebben en in staat zijn om de verliezen voor hun rekening te nemen. Zodra de nettovermogenswaarde van de groepsmaatschappij weer positief is, worden resultaten toegekend aan het aandeel derden.

2.12 Voorzieningen

Algemeen
Voorzieningen worden gevormd voor in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen die op de balansdatum bestaan, waarbij het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen noodzakelijk is en waarvan de omvang op betrouwbare wijze is te schatten.

De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de verplichtingen per balansdatum af te wikkelen. De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de verplichtingen af te wikkelen, tenzij anders vermeld. De voorzieningen worden op balansdatum opnieuw beoordeeld.

Wanneer de verwachting is dat een derde de verplichtingen vergoedt, en wanneer het waarschijnlijk is dat deze vergoeding zal worden ontvangen bij de afwikkeling van de verplichting, dan wordt deze vergoeding als een actief in de balans opgenomen.

Pensioenvoorziening
Nederland
Met ingang van 1 januari 2018 is de pensioenregeling van de Nederlandse groepsmaatschappijen overgegaan van een beschikbare uitkering (middelloonregeling) naar een beschikbare premieregeling. Deelnemers bouwen een pensioenkapitaal op waarmee op het moment van pensionering een pensioenuitkering aangekocht dient te worden.

De belangrijkste kenmerken van deze regeling zijn:

  • Werkgever betaalt maandelijks op persoonsniveau een premie aan de uitvoerder;
  • Het pensioengevend loon is 14 * het vaste maandsalaris (2018: maximaal € 105.075);
  • De pensioengrondslag waarover de werkgever premie inlegt is het pensioengevend loon minus de wettelijk minimale franchise;
  • De pensioenpremie die betaald wordt aan de uitvoerder is gebaseerd op een leeftijdsstaffel met oplopende premiepercentages, uitgaande van een rekenrente van 2%;
  • De eigen bijdrage van de werknemer is 4,5% van de pensioengrondslag;
  • De regeling leidt niet tot enige verplichting op balansdatum, met uitzondering van verplichtingen die ontstaan uit nog niet betaalde premies.

Op de Nederlandse pensioenregelingen zijn de bepalingen van de Nederlandse Pensioenwet van toepassing. Er worden door de Groep op verplichte, contractuele of vrijwillige basis premies aan verzekeringsmaatschappijen betaald. De premies worden verantwoord als personeelskosten zodra deze verschuldigd zijn. Vooruitbetaalde premies worden opgenomen als overlopende activa indien dit tot een terugstorting leidt of tot een vermindering van toekomstige betalingen. Nog niet betaalde premies worden als verplichting op de balans opgenomen.

België
De pensioenregeling van de Belgische groepsmaatschappijen omvat een premie t.b.v. 4,0 % van het jaarlijks referentieloon, te verhogen met 4,4 % belasting. Het jaarlijks referentieloon is een bruto-maandloon x 13,92 maanden. De premies worden maandelijks betaald. Met deze premies worden de volgende waarborgen verzekerd voor de werknemer:

  • De overlijdensverzekering is een aanvullende waarborg die verbonden is met de groepsverzekering
  • De nabestaanden zullen een overlijdenskapitaal ontvangen als de werknemer overlijdt vóór de einddatum

Het gewaarborgd inkomen (invaliditeitsrente) is een aanvullende waarborg. In geval van arbeidsongeschiktheid door ziekte, bevalling of een privé-ongeval, ontvangt de verzekerde een vervangingsinkomen. Op de einddatum van de groepsverzekering zijn er twee mogelijkheden:

  • Ofwel wordt er eenmalig een pensioenkapitaal uitbetaald.
  • Ofwel wordt er een periodieke rente uitbetaald.  

Duitsland
In Duitsland is geen pensioenregeling van kracht.

Daarnaast neemt de Groep een vordering op voor:

  • toegezegde restituties als gevolg van een hoge dekkingsgraad van het pensioendepot;
  • overrente of winstdeling die overeenkomstig de bepalingen in een verzekeringscontract beschikbaar komt voor de Groep;
  • voordelen van individuele waardeoverdrachten die ten gunste komen van de groep;
  • aanvullende stortingen om de beleggingsmix te garanderen.

Aan de hand van de uitvoeringsovereenkomsten wordt beoordeeld welke verplichtingen er op balansdatum bestaan naast de betaling van de jaarlijkse aan de pensioenuitvoerder verschuldigde premie. Deze additionele verplichtingen, waaronder eventuele verplichtingen uit herstelplannen van de pensioenuitvoerder, leiden tot lasten voor de Groep en worden in de balans opgenomen in een voorziening.

De waardering van de verplichting is gebaseerd op nominale waarde tenzij sprake is van een langlopende verplichting. In dat geval wordt de verplichting tegen contante waarde gewaardeerd. Discontering vindt plaats op basis van rentetarieven van hoogwaardige ondernemingsobligaties.

Toevoegingen aan en vrijval van de verplichtingen komen ten laste van respectievelijk ten gunste het resultaat.

Een pensioenvordering wordt in de balans opgenomen wanneer:

  • de groep beschikkingsmacht heeft over de pensioenvordering;
  • het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen die de pensioenvordering in zich bergt zullen toekomen aan de Groep;
  • de pensioenvordering betrouwbaar kan worden vastgesteld.

Ultimo 2018 zijn er voor de Groep geen pensioenverplichtingen. Er is wel een vordering op Zwitserleven waar de pensioenregeling is ondergebracht. In geval van een onderdekking heeft DELA de keuze om het beleggingsmandaat actief in stand te houden door een additionele garantiestorting te doen. Wanneer er geen sprake meer is van onderdekking vloeit de vordering weer terug naar DELA.

Voorziening jubilea
De voorziening jubilea wordt opgenomen voor verwachte lasten gedurende het dienstverband. De gehanteerde actuariële methode staat bekend als Projected Unit Credit-methode. Hierbij wordt rekening gehouden met toekomstige salarisstijgingen, overlevings- en arbeidsongeschiktheidskansen en dergelijke. Als lange termijn beleggingsrendement is 1,9% (2017: 1,8%) aangehouden, voor de algemene salarisstijging 2,0% (2017: 2,0%) en voor de indexatie inactieven 1,0% (2017: 1,0%) per jaar. De AG Generatietafel 2016 en de WIA/IVA-ervaringscijfers zijn toegepast. De aldus berekende verplichting is contant gemaakt tegen 1,6% ultimo 2018 (2017: 1,5%).

Overige voorzieningen
De overige voorzieningen worden opgenomen tegen nominale waarde.

Latente belastingverplichtingen
Latente belastingverplichtingen worden opgenomen voor tijdelijke verschillen tussen de waarde van de activa en passiva volgens fiscale voorschriften enerzijds en de waarderingsgrondslagen die in deze jaarrekening gevolgd worden anderzijds. Deze hebben voornamelijk betrekking op de fiscaal afwijkende waardering van onroerende zaken, geldleningen en effecten. De berekening van de latente belastingverplichtingen geschiedt tegen de belastingtarieven die op het einde van het verslagjaar gelden of tegen de tarieven die in de komende jaren gelden, voor zover deze al bij wet zijn vastgesteld. In Nederland wordt het nominale tarief verlaagd van 25,0% in 2018 en 2019 naar 22,55% in 2020 en 20,5% in 2021. In België wordt het nominale tarief verlaagd van 29,58% in 2018 en 2019 naar 25% vanaf 2020. Bij het bepalen van de voorziening is rekening gehouden met de effecten van de nieuwe tarieven. In Duitsland wordt rekening gehouden met het geldende nominale tarief van 30%.

Latente belastingen worden verantwoord voor tijdelijke verschillen, tenzij de Groep in staat is het tijdstip van afloop van het tijdelijke verschil te bepalen en het niet waarschijnlijk is dat het tijdelijke verschil in de voorzienbare toekomst zal aflopen.

Latente belastingverplichtingen worden gewaardeerd op nominale waarde.

2.13 Discretionaire winstdeling

Winstdeling wordt actuarieel berekend en heeft een voorwaardelijk karakter. De verwerking van de discretionaire winstdeling vindt plaats via de post technische voorzieningen. De toevoeging van het bedrag dat de Groep onder de technische voorzieningen voor discretionaire winstdeling heeft bestemd, geschiedt ten laste van het resultaat.

2.14 Technische voorzieningen

Verzekeringscontracten
Het bepalen van de technische voorzieningen is een proces dat van nature wordt omgeven met onzekerheden. De werkelijke uitkeringen zijn afhankelijk van factoren zoals sociale, economische en demografische trends, inflatie, beleggingsrendementen, gedrag van polishouders en aannames over de ontwikkeling van sterfte. Het gebruik van andere aannames voor deze factoren dan de tariefsgrondslagen die nu in de jaarrekening zijn gebruikt, zou een materieel effect kunnen hebben op de technische voorzieningen en verzekeringstechnische lasten (zie ook 4.11 toereikendheidstoets).

Uitvaartverzekeringen voor eigen rekening en risico
Voor uitkeringen uit hoofde van verzekeringspolissen die naar verwachting in de toekomst worden gedaan, wordt een verplichting opgenomen zodra de polis van kracht is. De verplichtingen voor uitvaartverzekeringen voor eigen rekening en risico bestaan uit de (met tariefinterest) verdisconteerde waarde van de verwachte toekomstige uitkeringen (inclusief reeds toegekende winstaandelen) aan polishouders of andere begunstigden, onder aftrek van toekomstige premies.

Het overgrote deel van de technische voorziening voor uitvaart- en levensverzekeringen voor eigen rekening en risico zoals gesloten in Nederland is berekend volgens de zuivere netto methode tegen 2,75% interest en op basis van de door het Actuarieel Genootschap gepubliceerde overlevingstafel GBMV 1995-2000, waarbij gebruik wordt gemaakt van grondslagen met betrekking tot sterfte en interest.

Het overgrote deel van de technische voorziening voor uitvaart- en levensverzekeringen voor eigen rekening en risico zoals gesloten in België is berekend volgens de zuivere netto methode tegen de gebruikelijke interest ten tijde van ingang en op basis van de overlevingstafel HD dan wel MK-FK, waarbij gebruik wordt gemaakt van grondslagen met betrekking tot sterfte en interest. De verwachte uitkeringen zijn gebaseerd op de grondslagen van het tarief, zoals dat is vastgesteld bij het afsluiten van de polis.

De technische voorziening voor levensverzekeringen zoals gesloten in Duitsland wordt berekend volgens de zuivere netto methode tegen 3% interest en met de sterftekansen op basis van 46% van de “DAV2008T NR/R, 2. Ordnung” tafel, zoals geproduceerd door de Deutsche Aktuarvereinigung.

Voor het DELA LeefdoorPlan wordt de technische voorziening berekend volgens de zuivere netto methode tegen 3% interest en op basis van de prognosetafels zoals deze ten tijde van de introductie van het tarief door het Koninklijk Actuarieel Genootschap zijn gepubliceerd.

Voor het DELA CoöperatiespaarPlan wordt de technische voorziening berekend volgens de opgebouwde poliswaarde op grond van de ingelegde spaarpremies, de reeds toegekende winstaandelen alsmede de interestvoet behorende bij het tarief.

De premies bevatten opslagen voor dekking van de kosten. Wanneer de premies worden ontvangen of invorderbaar zijn geworden, vallen de opslagen vrij en zijn deze beschikbaar voor dekking van de werkelijke kosten, waaronder begrepen doorlopende kosten en acquisitiekosten. Voor enkele kleinere technische voorzieningen worden afwijkende grondslagen gehanteerd.

De geactiveerde acquisitiekosten worden op de voorziening in mindering gebracht.

2.15 Langlopende schulden

Langlopende schulden hebben een looptijd van langer dan één jaar en worden bij de eerste verwerking gewaardeerd tegen reële waarde, welke bij aanvang gelijk is aan de geamortiseerde kostprijs. Transactiekosten die direct zijn toe te rekenen aan de verwerving van de schulden, worden in de waardering bij eerste verwerking opgenomen. Langlopende schulden worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, zijnde het ontvangen bedrag rekening houdend met agio of disagio en onder aftrek van transactiekosten. Indien er geen sprake is van (dis)agio is deze gelijk aan de nominale waarde.

Het verschil tussen de bepaalde boekwaarde en de uiteindelijke aflossingswaarde wordt op basis van de effectieve rente gedurende de geschatte looptijd van de schulden in de resultatenrekening als interestlast verwerkt.

2.16 Kortlopende schulden

Kortlopende schulden worden op dezelfde manier gewaardeerd als langlopende schulden, echter hebben de kortlopende schulden een looptijd van gelijk aan of korter dan 1 jaar.

2.17 Overlopende Passiva

De overlopende passiva worden tegen nominale waarde gewaardeerd.

2.18 Leasing

Operationele leasing
Bij de Groep bestaan leasecontracten waarbij een groot deel van de voor- en nadelen die aan de eigendom verbonden zijn, niet bij de Groep liggen. Deze leasecontracten worden verantwoord als operationele leasing. Verplichtingen uit hoofde van operationele leasing worden, rekening houdend met ontvangen vergoedingen van de lessor, op lineaire basis verwerkt in de resultatenrekening over de looptijd van het contract.

2.19 Opbrengstverantwoording

Premieopbrengsten
Het brutopremie-inkomen bestaat uit de premies die door de polishouders zijn verschuldigd voor afgesloten verzekeringscontracten.

De brutopremies exclusief belastingen en andere heffingen uit hoofde van verzekeringscontracten worden als opbrengst opgenomen wanneer deze verschuldigd zijn door de polishouder. Voor koopsomcontracten en verzekeringen met beperkte premiebetaling wordt de premie opgenomen als bate wanneer deze verschuldigd is, waarbij de eventuele kosten- en risicodekkingen worden uitgesteld en in het resultaat worden opgenomen in een constante verhouding tot de lopende verzekering. Tariefkortingen worden bij het afsluiten van het contract als brutopremie verantwoord en voor een evenredig bedrag opgenomen onder de technische lasten op verzekeringscontracten.

Herverzekeringspremies
De herverzekeringspremies omvatten de premies op gegeven herverzekeringscontracten. Deze worden naar evenredigheid van de looptijd van het contract als last opgenomen in de resultatenrekening.

Omzet uitvaartverzorging
De opbrengsten van het uitvaartbedrijf worden genomen op het moment van overlijden. Het merendeel van de uitvaarten wordt verzorgd voor leden. De verzekeraar keert het verzekerd bedrag direct uit na het overlijden van de verzekerde aan het uitvaartbedrijf. Dit waarborgt dat de inkomsten uit hoofde van de uitvaart in dezelfde periode worden genomen als de uitgaven voor het verzekeringsbedrijf.

Overige omzet
Onder de overige omzet zijn de opbrengsten verantwoord die voortvloeien uit andere dan operationele activiteiten van de Groep.

Netto omzet
Netto omzet omvat de opbrengsten uit levering van goederen en diensten onder aftrek van kortingen en dergelijke, van over de omzet geheven belastingen en na eliminatie van transacties binnen de Groep. Eén van deze eliminaties ziet toe op de uitkeringen bij de verzekeraar die worden aangewend voor een uitvaart bij de uitvaartverzorger.

2.20 Personeelsbeloningen

Periodiek betaalbare beloningen
Lonen, salarissen en sociale lasten zijn verwerkt in de resultatenrekening voor zover ze verschuldigd zijn aan werknemers en de belastingautoriteiten.

2.21 Acquisitiekosten

Acquisitiekosten zijn de kosten die direct of indirect samenhangen met het afsluiten van verzekeringen, die afhankelijk zijn van en betrekking hebben op het verkrijgen van nieuwe of op de verlenging van bestaande verzekeringscontracten. Onder acquisitiekosten wordt begrepen provisies, reclame- en andere verkoopkosten. Aan derden betaalde provisies inzake verzekeringsproducten die gedurende een langere periode dan drie jaar kunnen worden teruggevorderd, worden geactiveerd. De geactiveerde acquisitiekosten worden in mindering gebracht op de technische voorzieningen en in tien jaar afgeschreven ten laste van het resultaat. Het jaarlijks te activeren bedrag wordt gesaldeerd met de in het jaar teruggevorderde retourprovisies. Acquisitiekosten worden geactiveerd voor zover zij kunnen worden terugverdiend uit het verwachte brutoresultaat van de onderliggende nieuwe productie van dat jaar. De afschrijvingsperiode wordt periodiek beoordeeld. Indien van toepassing wordt de afschrijvingslast aangepast aan de kortere afschrijvingsperiode.

Aan derden betaalde provisies inzake verzekeringsproducten die niet gedurende een langere periode dan drie jaar kunnen worden teruggevorderd, worden op dezelfde wijze verwerkt als de bedrijfskosten.

Als onderdeel van de toereikendheidstoets vindt jaarlijks een beoordeling van bijzondere waardevermindering plaats op de geactiveerde acquisitiekosten, waarbij wordt vastgesteld of de toekomstige bijdrage uit de verzekeringsproducten voldoende is om de geactiveerde kosten te kunnen dekken.

2.22 Afschrijvingen op immateriële en vaste bedrijfsmiddelen

Immateriële vaste activa en vaste bedrijfsmiddelen worden vanaf het moment van ingebruikneming afgeschreven over de verwachte toekomstige gebruiksduur van het actief. Op terreinen wordt niet afgeschreven.

Indien een schattingswijziging plaatsvindt van de economische levensduur, worden de toekomstige afschrijvingen aangepast.

Boekwinsten en -verliezen uit de incidentele verkoop van materiële vaste activa worden verantwoord onder de bijzondere baten en lasten.

2.23 Overige baten en lasten

Dit zijn posten die voortvloeien uit de gewone bedrijfsuitoefening maar op grond van aard, de omvang, het incidentele karakter buiten het operationele resultaat worden gehouden. Dit met het doel om de analyse en de vergelijkbaarheid van het operationeel resultaat over de jaren heen te bevorderen.

2.24 Belastingen

De belasting over het resultaat wordt berekend over het resultaat voor belastingen in de resultatenrekening, rekening houdend met fiscaal compensabele verliezen (voor zover niet opgenomen in de latente belastingvorderingen) en vrijgestelde winstbestanddelen en na bijtelling van niet-aftrekbare kosten. Tevens wordt rekening gehouden met wijzigingen die optreden in de latente belastingvorderingen en latente belastingschulden uit hoofde van wijzigingen in het te hanteren belastingtarief.

3. Toelichting op het kasstroomoverzicht

Het kasstroomoverzicht is opgesteld volgens de indirecte methode.

De geldmiddelen in het kasstroomoverzicht bestaan uit de liquide middelen, met uitzondering van deposito’s met een looptijd langer dan drie maanden. Kasstromen in vreemde valuta zijn omgerekend tegen de koersen per maandultimo.

Ontvangsten en uitgaven uit hoofde van interest, ontvangen dividenden en huren, en winstbelastingen zijn opgenomen onder de kasstroom uit operationele activiteiten. De verkrijgingsprijs van de verworven groepsmaatschappij is opgenomen onder de kasstroom uit investeringsactiviteiten, voor zover betaling in geld heeft plaatsgevonden. De geldmiddelen die in de verworven groepsmaatschappij aanwezig zijn, zijn op de aankoopprijs in mindering gebracht.

Transacties waarbij geen instroom of uitstroom van kasmiddelen plaatsvindt, zijn niet in het kasstroomoverzicht opgenomen.

4. Toelichting op de balans

4.1 Immateriële vaste activa

Immateriële vast activa, verloop

Bedragen x € 1.000

Immateriële vast activa, verloop
    2018  2017     
           
Boekwaarde per 1 januari   92.063  100.343     
           
Investeringen   7.580  2.206     
Verwerving als gevolg van acquisities   12.393  ‑     
Afschrijvingen   ‑23.903  ‑10.486     
           
Boekwaarde per 31 december   88.133  92.063     
           
Verkrijgingsprijzen   225.280  205.307     
Cumulatieve waardeverminderingen en afschrijvingen   ‑137.147  ‑113.244     
           
Boekwaarde per 31 december   88.133  92.063     

In de immateriële vaste activa zijn geen intern gegenereerde activa opgenomen.

Immateriële vaste activa, specificatie

Bedragen x € 1.000

Immateriële vaste activa, specificatie
  Boekwaarde 31-12-2017 Investeringen Afschrijvingen Acquisities Boekwaarde 31-12-2018
           
Goodwill 62.411  701  ‑10.761  189  52.540 
Overgenomen verzekeringsportefeuilles 20.727  ‑  ‑1.565  12.204  31.366 
Overig 8.925  6.879  ‑11.577  ‑  4.227 
           
Totaal 92.063  7.580  ‑23.903  12.393  88.133 

Onder verwerving als gevolg van acquisitie is hoofdzakelijk de overgenomen verzekeringsportefeuille van Hooghenraed opgenomen.

In de rubriek overig zijn concessies, vergunningen en overige immateriële vaste activa opgenomen. De investeringen betreffen hoofdzakelijk geactiveerde kosten met betrekking tot het Belgische verzekeringssysteem. Aangezien besloten is het Belgische verzekeringssysteem in 2019 te vervangen, zijn alle geactiveerde kosten volledig afgeschreven in 2018. Dit verklaart tevens de hoge afschrijvingen ten opzichte van 2017.

4.2 Beleggingen

De Groep beheert gesignaleerde risicoposities met behulp van periodieke Asset & Liability Management (ALM)–studies met het doel op de lange termijn beleggingsresultaten te realiseren die de interestverplichtingen uit hoofde van verzekeringscontracten en deposito's overtreffen. De belangrijkste beleggingsdoelstelling in het verzekeringsbedrijf is de maximalisatie van het verwachte rendement  binnen het toegestane risicokader.

Onroerende zaken, verloop

Bedragen x € 1.000

Onroerende zaken, verloop
    2018  2017     
           
Boekwaarde per 1 januari   1.136.402  1.315.669     
           
Investeringen   69.570  29.060     
Herwaarderingen   30.826  19.704     
Desinvesteringen   ‑22.864  ‑228.031     
           
Boekwaarde per 31 december   1.213.934  1.136.402     
           
Verkrijgingsprijzen   833.937  764.367     
Cumulatieve waardemutaties   379.997  372.035     
           
Boekwaarde per 31 december   1.213.934  1.136.402     

Over de desinvesteringen is een negatief resultaat van € 111 gerealiseerd.

Van de onroerende zaken bestaat € 3.747 uit activa die niet aan de bedrijfsactiviteiten dienstbaar zijn.

In het volgende overzicht is een verdeling van onroerende zaken naar soort weergegeven.

Onroerende zaken, specificatie

Bedragen x € 1.000

Onroerende zaken, specificatie
    31-12-2018 31-12-2017    
           
Winkels (-/- milieuvoorziening)   876.396  851.485     
Woningen   84.565  79.484     
Crematoria   172.150  141.472     
Kantoren   40.185  37.161     
Parkeren   27.545  26.800     
Overig   13.093  ‑     
           
Totaal   1.213.934  1.136.402     

De beleggingen in winkels bestaan hoofdzakelijk uit winkelpanden op A-1 locaties en winkelcentra verspreid over Nederland.

De waarde van de crematoria zijn toegenomen door investeringen en door een herijking van de parameters die heeft plaatsgevonden in samenwerking met een externe deskundige (€ 18.800). Dit ter verbetering van het inzicht in het resultaat en vermogen. De (schattings)wijziging is verwerkt overeenkomstig de grondslagen.

Overige onroerende zaken betreffen DomusDela Vastgoed, DomusDela Klooster en buitengebruik gestelde uitvaartcentra.

Van het onroerend goed was per 31-12 2018 van de winkels € 22.045, van de crematoria € 6.543 en van overige € 9.325 in ontwikkeling.

Onroerende zaken, bedragen in resultatenrekening

Bedragen x € 1.000

Onroerende zaken, bedragen in resultatenrekening
    2018 2017    
           
Huurinkomsten   62.543  55.180     
Overige baten en lasten   25.726  ‑2.787     
Exploitatiekosten   8.503  11.315     

DELA heeft aangaande leegstand een beperkte omvang aan exploitatiekosten.

Contractuele verplichtingen per balansdatum

Bedragen x € 1.000

Contractuele verplichtingen per balansdatum
    31-12-2018 31-12-2017    
           
Voor nieuwbouw   ‑  ‑     
Voor herontwikkeling   8.503  15.827     
           
Totaal   8.503  15.827     

Aanvullende toelichting op de waarderingsmethode
De waardering van de onroerende zaken wordt onder meer gebaseerd op beschikbare marktgegevens en wordt samengesteld door externe taxateurs. De taxaties worden uitgevoerd conform de richtlijnen van de RICS zoals geformuleerd in de RICS Taxatiestandaarden en conform het reglement van de NRVT. Zowel de RICS Taxatiestandaarden als het reglement van de NRVT voldoen aan de “International Valuation Standards” en derhalve voldoen de taxaties hier ook aan. De methode is afhankelijk van het type vastgoed. In de vastgoedportefeuille is de BAR/NAR-methode en de Discounted cashflow (DCF) methode gehanteerd. Minimaal één keer in de 3 jaar wordt de waarde door onafhankelijke, externe deskundigen vastgesteld, door middel van een full valuation, dit op basis van onderhandse verkoopwaarde in verhuurde staat. In de tussenliggende jaren wordt de waarde gebaseerd op een hertaxatie of een markttechnische update, welke ook door de externe deskundigen wordt vastgesteld. De gehele portefeuille is gewaardeerd door de externe taxateurs CBRE en MVGM. Beide taxateurs beschikken over een ISAE3402 type II verklaring. De verantwoordelijke taxateurs zijn ingeschreven bij het NRVT. De gehanteerde disconteringsvoet bedraagt tussen de 2% en 8%.

Winkels
Voor het bepalen van de actuele waarde van de winkels zijn de volgende berekeningsmethoden gehanteerd: de Huurwaardekapitalisatiemethode of de DCF-methode. De hoofdmethode betreft de huurwaardekapitalisatie-methode. Bij de huurwaardekapitalisatiemethode is de actuele waarde bepaald aan de hand van de bruto markthuurwaarde van de verhuurbare vloeroppervlakten van de gebouwen en/of terreinen, verminderd met onroerende zaak gebonden zakelijke en andere lasten en gerelateerd aan een onder de huidige marktomstandigheden reëel geacht netto rendement.

Woningen
Voor de bepaling van de actuele waarde van de woningen wordt de DCF-methode gebruikt. Bij deze berekening wordt uitgegaan van een rendement gedurende een beschouwperiode van 10 jaar. De cashflows bestaan uit huurinkomsten verminderd met onroerende zaak gebonden zakelijke en andere lasten.

Crematoria
Crematoria worden gewaardeerd tegen de actuele waarde op balansdatum. Voor de bepaling van deze actuele waarde wordt bij crematoria ouder dan 5 jaar de DCF-methode en markthuurkapitalisatie gebruikt. De gehanteerde discount rates zijn marktconform en liggen tussen 9,0% en 9,75%. Minimaal één keer in de 5 jaar wordt de waarde door onafhankelijke, externe deskundigen vastgesteld.

De crematoria jonger dan 5 jaar worden gewaardeerd op basis van de stichtingskosten, aangezien deze periode als opstartfase aangemerkt wordt. Daarnaast wordt jaarlijks met een intern rekenmodel getoetst of er een bijzondere waardevermindering moet plaatsvinden.

Door het gebrek aan actuele transacties in de markt die gebruikt kunnen worden om het taxatieproces te valideren, heeft het taxeren van onroerende zaken een verhoogde graad van onzekerheid. In geval er sprake is van verkooptransacties in de periode waarin de jaarrekening wordt opgemaakt waarbij er afwijkingen zijn tussen de verkoopwaarde en de taxatiewaarde, vindt waardering van de onroerende zaak plaats tegen de gerealiseerde verkoopwaarde. Verkoopresultaten en waardeveranderingen van op marktwaarde gewaardeerde onroerende zaken worden verwerkt in de resultatenrekening. Via de resultatenrekening worden deze waardeveranderingen verwerkt in de herwaarderingsreserve, waarbij met latente belastingen rekening wordt gehouden. Hierbij wordt rekening gehouden met de oorspronkelijke kostprijs.

Parkeren en kantoren
Voor parkeren (parkeergarages/-terreinen) en kantoren is het in de markt gangbaar om deze objecten te waarderen op basis van de inkomstenbenadering en de vergelijkingsmethodiek. Derhalve is de waardering tot stand gekomen door middel van een gecombineerde BAR/NAR-DCF rekenmethodiek.

Deelnemingen, specificatie

Bedragen x € 1.000.

Deelnemingen, specificatie
  Aandeel in geplaatst kapitaal 31-12-2018 31-12-2017    
           
Société d'Étude et de Service pour la Crémation N.V., Rue des Nutons 329, Charleroi 35% 579  579     
Stoppelenburg B.V., Populierenlaan 122a, Krimpen aan den IJssel 20% 424  ‑     
DomusDELA Exploitatie B.V., Oude stadsgracht 1, Eindhoven 100% ‑  ‑     
       
Totaal   1.003  579     

Deelnemingen, verloop

Bedragen x € 1.000

Deelnemingen, verloop
    2018  2017     
           
Boekwaarde per 1 januari   579  579     
           
Verwerving als gevolg van acquisities   372  ‑     
Resultaat deelneming   52  ‑     
           
Boekwaarde per 31 december   1.003  579     

Overige financiële beleggingen, verloop

Bedragen x € 1.000

Overige financiële beleggingen, verloop
  Boekwaarde 31-12-2017 Aankopen Verkopen en aflossingen Herwaardering en andere mutaties Boekwaarde 31-12-2018
           
Aandelen en andere niet-vastrentende waardepapieren 2.184.927  665.870  ‑669.595  ‑224.360  1.956.842 
Obligaties en andere vastrentende waardepapieren 1.790.319  853.208  ‑922.852  ‑75.528  1.645.147 
Vorderingen uit hypothecaire leningen 284.840  23.602  ‑24.288  ‑1.038  283.116 
Vorderingen uit andere leningen 65.666  255.722  ‑147.409  ‑2.065  171.914 
Infrastructuur 13.936  29.420  ‑3.761  939  40.534 
Beleggingen in liquide middelen 30.120  ‑  ‑  ‑113  30.007 
Derivaten 27.289  35.208  ‑  18.408  80.905 
Andere financiële beleggingen 208.068  33.323  ‑13.009  34.530  262.912 
 
Totaal 4.605.165  1.896.353  ‑1.780.914  ‑249.227  4.471.377 

Aandelen en obligaties
Alle aandelen en obligaties zijn beursgenoteerd.

De modified duration is een maat voor de rentegevoeligheid, De modified duration van de obligaties en andere leningen bedraagt 5,5. De verplichtingen hebben een modified duration van 35,0.

Aandelen, geografisch verdeeld

Bedragen x € 1.000

Aandelen, geografisch verdeeld
    31-12-2018      
           
Azië-Pacific   35,6%      
Europa   30,7%      
Noord-Amerika   29,1%      
Latijns Amerika   3,4%      
Midden-Oosten   1,2%      
         
Totaal   100,0%      

Niet afgedekte valutaposities

Bedragen x € 1.000

Niet afgedekte valutaposities
    31-12-2018 31-12-2017    
           
Amerikaanse dollar    297.102   377.146     
Hong Kong dollar    139.633   125.367     
Zuid-Koreaanse won    65.945   26.500     
Japanse yen    65.013   67.859     
Braziliaanse real    59.334   63.188     
Engelse pond    50.694   61.747     
Zuid-Afrikaanse rand    38.814   43.124     
Nieuwe Taiwanese dollar    37.342   9.100     
Mexicaanse peso    34.559   35.628     
Canadese dollar    34.120   18.000     
Thaise bath    33.613   19.700     
Poolse zloty    31.067   33.252     
Indonesische rupiah    28.633   31.992     
Zweedse kroon    26.696   30.485     
Indiase roepie    24.892   12.500     
Overig    217.387   228.112     
       
Totaal    1.184.846   1.183.700     

Vastrentende waarden, verdeling naar sector

Bedragen x € 1.000

Vastrentende waarden, verdeling naar sector
    31-12-2018 31-12-2017    
           
Overheid – binnenland   2,9% 3,3%    
Overheid – buitenland   38,3% 43,2%    
Financiële instellingen   24,5% 28,2%    
Handel, industrie en overige dienstverlening   17,5% 20,3%    
Overige   16,9% 5,0%    
       
Totaal   100,0% 100,0%    

De stijging van de rubriek "Overige" komt doordat in 2018 voor € 108 miljoen is geïnvesteerd in bedrijfsleningen waarvan geen sectorinformatie beschikbaar is.

Vastrentende waarde, verdeling naar rating

Bedragen x € 1.000

Vastrentende waarde, verdeling naar rating
    31-12-2018 31-12-2017    
           
AAA   14,4% 16,5%    
AA   7,1% 7,5%    
A   14,0% 19,1%    
BBB   23,2% 20,3%    
< BBB   32,5% 33,2%    
Overige   8,8% 3,4%    
       
Totaal   100,0% 100,0%    

De stijging van de rubriek "Overige" komt doordat in 2018 voor € 108 miljoen is geïnvesteerd in bedrijfsleningen, welke overwegend geen rating hebben.

Hypotheken
De rubricering is ten opzichte van vorig boekjaar aangepast. Reden is om de rubricering beter aan te laten sluiten met de risico's die worden gelopen. Gevolg is dat de vergelijkende cijfers zijn aangepast (verschuiving van € 5 miljoen van beleggingen in liquide middelen naar vorderingen uit hypothecaire leningen).

Infrastructuur
Vanaf verslagjaar 2018 zijn de beleggingen in infrastructuur als een aparte beleggingscategorie opgenomen. De waardering geschiedt door de fondsmanager en is gebaseerd op richtsnoeren vastgesteld door de International Private Equity and Venture Capital Association (IPEV-Richtsnoeren). De IPEV-Richtsnoer is weer gebaseerd op de DCF-methode.

Beleggingen in liquide middelen
Beleggingen in liquide middelen hebben betrekking op vorderingen en schulden die direct verband houden met de beleggingsportefeuilles met een afgegeven mandaat aan de vermogensbeheerder.

Derivaten
Per 31 december 2018 is in de derivaten een bedrag van € 21.182 aan valutatermijncontracten (2017: € 18.212) en voor € 59.723 uit aandelenopties (2017: € 9.077) opgenomen. De aandelenopties betreffen putopties die aangekocht zijn ten behoeve van tail risk hedge.

De reële waarde van openbaar verhandelde derivaten is gebaseerd op genoteerde biedprijzen voor gehouden activa of uit te geven verplichtingen en genoteerde laatprijzen voor te verwerven activa of gehouden verplichtingen.

De reële waarde van niet-openbaar verhandelde derivaten is afhankelijk van het type instrument en wordt gebaseerd op een contante-waardemodel of een optiewaarderingsmodel.

Andere financiële beleggingen
De onder de andere financiële beleggingen opgenomen bedragen hebben betrekking op belangen in participatiemaatschappijen en niet-beursgenoteerde vastgoedondernemingen. De marktwaarde is gebaseerd op de DCF-methode. Uitzondering hierop is de kunstcollectie welke tegen kostprijs is gewaardeerd (€ 2,2 miljoen per ultimo 2018). Alle overige financiële beleggingen staan ter vrije beschikking van de rechtspersoon.

Securities lending
DELA leent aandelen en obligaties uit (securities lending). Om het risico voor DELA te beperken dienen de leners hiervoor onderpand (collateral) te storten. Hierbij is cash-collateral niet toegestaan en aan de lenende partijen worden strenge eisen gesteld. Om het risico verder te beperken worden de volgende aanvullende restricties opgelegd:

  • Alleen tegenpartijen met een rating van minimaal A-, volgens S&P;
  • Onderpand alleen staatsobligaties van OECD-landen met een rating van minimaal AA- volgens S&P;
  • De marktwaarde van het onderpand dient minimaal 102% te bedragen van de marktwaarde van de uitgeleende effecten
  • Aandelen op onze engagement lijst worden niet uitgeleend.

De marktwaarde van de uitgeleende stukken per 31-12-2018 bedraagt € 194.832 (2017: € 250.215).

4.3 Vorderingen

 

Vorderingen, specificatie

Bedragen x € 1.000

Vorderingen, specificatie
    31-12-2018 31-12-2017    
           
Latente belastingvorderingen   50.339  39.931     
Vennootschapsbelasting   86.769  9.690     
Belastingen en premies sociale verzekeringen   9.748  1.449     
Vordering op pensioenuitvoerder   8.023  6.507     
Leningen u/g bestuur   250  250     
Debiteuren   19.886  15.504     
Premies   195  ‑     
Overige vorderingen   19.011  9.585     
       
Totaal   194.221  82.916     

De overige vorderingen hebben een looptijd van korter dan een jaar, behalve de latente belastingvorderingen en de leningen u/g bestuur. De vordering op de pensioenuitvoerder heeft overwegend een lange-termijn karakter. Deze is ontstaan vanuit de afspraak tot bijstorting door de Groep om het overeengekomen beleggingsbeleid door de pensioenuitvoerder te garanderen. De huidige vordering is met name het gevolg van de lage rentestand waardoor de pensioenverplichtingen stijgen op basis van marktwaarde. Aflossing van deze vordering door de pensioenuitvoerder is mede afhankelijk van de ontwikkeling van de jaarlijkse beleggingsoverschotten die een mate van onzekerheid in zich heeft.

Latente belastingen, specificatie

Bedragen x € 1.000

Latente belastingen, specificatie
    31-12-2018 31-12-2017    
           
Andere fiscale activering van eerste kosten   21.332  24.608     
Verliesverrekening voorgaande jaren   19.094  9.047     
Andere fiscale waardering effecten en vastrentende waarden   8.204  3.041     
Andere fiscale waardering onroerende zaken   677  1.931     
Andere fiscale waardering immateriële activa   679  880     
Overig   353  424     
       
Totaal   50.339  39.931     

Van de totale latente belastingvorderingen wordt naar verwachting € 14.323 binnen één jaar verrekend.

Leningen u/g bestuur

De in artikel 2:383 lid 2 BW bedoelde hypothecaire leningen aan bestuurders bedragen € 250 (2017: € 250).Van de leningen aan bestuurders is € 250 (2017: € 250) verstrekt tegen 3%. Deze leningen moeten door de betreffende bestuurder worden afgelost in het jaar waarin hij zijn functie neerlegt.
In het boekjaar vond er geen aflossing plaats.

4.4 Overige activa

Onroerende zaken in eigen gebruik, verloop

Bedragen x € 1.000

Onroerende zaken in eigen gebruik, verloop
    2018  2017     
           
Boekwaarde per 1 januari   71.311  73.672     
           
Investeringen   7.470  12.414     
Herwaarderingen   25  ‑2.514     
Verwerving als gevolg van acquisities   4.197  555     
Desinvesteringen   ‑10.480  ‑8.173     
Afschrijvingen   ‑5.076  ‑4.643     
       
Boekwaarde per 31 december   67.447  71.311     
           
Aanschafwaarde   160.722  159.535     
Afwaarderingen   ‑1.225  ‑1.250     
Cumulatieve afschrijvingen   ‑92.050  ‑86.974     
       
Boekwaarde per 31 december   67.447  71.311     

Over de desinvesteringen is een boekwinst van € 492 gerealiseerd (2017: boekverlies € 167).

Overige vaste bedrijfsmiddelen, verloop

Bedragen x € 1.000

Overige vaste bedrijfsmiddelen, verloop
    2018  2017     
           
Boekwaarde per 1 januari   27.405  24.895     
           
Investeringen   5.501  10.577     
Verwerving als gevolg van acquisities   415  ‑     
Desinvesteringen   ‑604  ‑1.454     
Afschrijvingen   ‑5.987  ‑6.613     
       
Boekwaarde per 31 december   26.730  27.405     
           
Aanschafwaarde   138.159  132.847     
Cumulatieve afschrijvingen   ‑111.429  ‑105.442     
       
Boekwaarde per 31 december   26.730  27.405     

Over de desinvesteringen is een boekverlies van € 154 gerealiseerd (2017 boekverlies € 253).

4.5 Groepsvermogen

Groepsvermogen, verloop

Bedragen x € 1.000

Groepsvermogen, verloop
    2018  2017     
           
Boekwaarde per 1 januari   1.251.400  1.015.744     
           
Resultaat na belastingen   ‑203.392  234.881     
Herwaardering onroerende zaken   466  732     
Overige mutaties   ‑  43     
       
Boekwaarde per 31 december   1.048.474  1.251.400     

Het totaalresultaat van de rechtspersoon bedraagt over het boekjaar - € 202.926.

4.6 Aandeel derden

Aandeel derden, verloop

Bedragen x € 1.000

Aandeel derden, verloop
    2018  2017     
           
Boekwaarde per 1 januari   1.035  1.197     
           
Resultaat na belastingen   243  ‑162     
Verwerving als gevolg van acquisities   2.072  ‑     
       
Boekwaarde per 31 december   3.350  1.035     

4.7 Solvabiliteit

De Groep bepaalt de solvabiliteit op basis van Solvency II. Dat zijn Europese rekenregels waarbij voor het bepalen van de solvabiliteit rekening wordt gehouden met de risico’s die in de balans van de verzekeraars zijn opgenomen. De Groep hanteert het zogeheten standaardmodel Solvency II voor haar berekeningen. Hierbij wordt uitgegaan van de door Europees toezichthouder EIOPA gepubliceerde rentetermijnstructuur (inclusief Ultimate Forward Rate en Volatility Adjustment) per ultimo 2018.

Solvabiliteit

Bedragen x € 1.000

Solvabiliteit
    31-12-2018 31-12-2017    
           
Vereiste solvabiliteit   442.412  551.351     
Aanwezige solvabiliteit   1.651.909  1.703.865     
Solvabiliteitsratio   373% 309%    

4.8 Voorzieningen

Voorzieningen, verloop

Bedragen x € 1.000

Voorzieningen, verloop
  Boekwaarde 31-12-2017 Dotatie Onttrokken Overige waardemutaties Boekwaarde 31-12-2018
           
Voorziening latente belastingverplichtingen 203.449  19.211  ‑34.589  ‑1.396  186.675 
Voorziening pensioenen 25  ‑  ‑10  ‑  15 
Voorziening ambtsjubilea 1.137  37  ‑  36  1.210 
Overige voorzieningen 1.016  ‑  ‑531  ‑384  101 
 
Totaal 205.627  19.248  ‑35.130  ‑1.744  188.001 

De voorzieningen hebben overwegend een langlopend karakter.

Het effect van de toekomstige tariefdaling vennootschapsbelasting is verantwoord onder de overige waardenmutaties binnen de voorziening latente belastingverplichtingen. 

 

Latente belastingen, specificatie

Bedragen x € 1.000

Latente belastingen, specificatie
    31-12-2018 31-12-2017    
           
Andere fiscale waardering onroerende zaken   160.802  180.588     
Andere fiscale activering van eerste kosten België   14.430  13.080     
Activering van goodwill   7.380  9.556     
Andere fiscale waardering effecten en vastrentende waarden   3.670  174     
Overig   393  51     
       
Totaal   186.675  203.449     

4.9 Technische voorzieningen

Technische voorzieningen, specificatie

Bedragen x € 1.000

Technische voorzieningen, specificatie
    31-12-2018 31-12-2017    
           
Bruto technische voorzieningen   4.674.166  4.373.066     
Herverzekeringsdeel   ‑18.305  ‑16.304     
Overrentedeling   600  2.720     
Geactiveerde acquisitiekosten   ‑72.277  ‑67.990     
       
Totaal   4.584.184  4.291.492     

Technische voorziening, verloop

Bedragen x € 1.000

Technische voorziening, verloop
    2018  2017     
           
Boekwaarde per 1 januari   4.291.492  4.062.701     
           
Toevoegingen ten laste van de resultatenrekening          
- Uit premies   342.556  327.002     
- Interest   129.019  123.763     
- Winstdeling   42.415  17.753     
- Overname/conversie portefeuille   26.878  ‑     
- Uitkeringen   ‑123.364  ‑119.513     
- Deelpremie voor overlijden   ‑114.548  ‑109.515     
- Onttrekking voor kosten   ‑6.600  ‑5.817     
- Overige mutaties   623  26     
- Geactiveerde acquisitiekosten   ‑4.287  ‑4.908     
       
Boekwaarde per 31 december   4.584.184  4.291.492     

De totale technische voorziening is als langlopend te beschouwen. De in het overzicht opgenomen overname betreft de portefeuille van Hooghenread.

Het aandeel van herverzekeraars in de technische voorzieningen en de uitkeringen waartoe de Groep uit hoofde van haar herverzekeringscontracten gerechtigd is, worden in mindering gebracht op de bruto technische voorzieningen.

De voorzieningen voor het levenrisico zijn in beginsel gebaseerd op tariefgrondslagen, waarbij rekening gehouden wordt met marktspecifieke veronderstellingen en het kostenniveau van de verzekeraar.

Financiële grootheden levensverzekeringen

Bedragen x € 1.000

Financiële grootheden levensverzekeringen
31-12-2018 Stand-premie Verzekerd kapitaal Opgebouwd saldo Voorziening verzekerings-verplichtingen  
           
Uitvaartverzekering 370.354  19.607.048  ‑  4.429.326   
Spaarverzekering 30.582  221.513  201.376  201.376   
Overlijdensrisicoverzekering 31.579  23.158.103  ‑  43.464   
Herverzekering ‑  ‑  ‑  ‑18.305   
           
Totaal 432.515  42.986.664  201.376  4.655.861   
31-12-2017 Stand-premie Verzekerd kapitaal Opgebouwd saldo Voorziening verzekerings-verplichtingen  
           
Uitvaartverzekering 344.584  18.708.620  ‑  4.196.886   
Spaarverzekering 26.073  157.057  142.779  142.779   
Overlijdensrisicoverzekering 28.218  19.839.618  ‑  33.400   
Herverzekering ‑  ‑  ‑  ‑16.304   
           
Totaal 398.875  38.705.295  142.779  4.356.761   

Geactiveerde acquisitiekosten, verloop

Bedragen x € 1.000

Geactiveerde acquisitiekosten, verloop
    2018  2017     
           
Boekwaarde per 1 januari   67.990  63.082     
           
Verleend   12.254  12.092     
Afgeschreven   ‑7.967  ‑7.184     
       
Boekwaarde per 31 december   72.277  67.990     

Per 1 januari 2013 is het provisieverbod in Nederland van kracht, waardoor in Nederland geen provisiekosten meer worden gemaakt en geactiveerd. In België en Duitsland bestaat geen provisieverbod en worden wel provisiekosten gemaakt en geactiveerd.

4.10 Toereikendheidstoets

De toereikendheidstoets betreft een toets van de technische voorziening waarbij wordt aangetoond dat deze toereikend is om met een grote mate van zekerheid aan de verplichtingen jegens polishouders te kunnen voldoen. De toets houdt in dat de balansvoorziening wordt vergeleken met een voorziening die rekening houdt met actuele inschattingen van alle toekomstige kasstromen en met toekomstige ontwikkelingen. In deze kasstromen is de winstdeling en premiemaatregel begrepen. Bij deze actuele schatting zijn onzekerheidsmarges in acht genomen, zoals voorgeschreven in Richtlijn 605 van de Raad voor de Jaarverslaggeving.

Indien deze actuele schatting lager uitkomt dan de aanwezige technische voorziening kan gesteld worden dat de aanwezige balansvoorziening toereikend is om de toekomstige verplichtingen jegens de polishouders te voldoen.

Jaarlijks wordt deze toereikendheidstoets op de totale portefeuille verzekeringsverplichtingen uitgevoerd. Een eventueel tekort wordt onmiddellijk ten laste van de resultatenrekening gebracht door in eerste instantie de toekomstige winstmarges in overgenomen portefeuilles af te boeken, eventueel gevolgd door een afboeking van de geactiveerde acquisitiekosten en vervolgens voor zover noodzakelijk een aanvullende voorziening te treffen. Afboekingen op geactiveerde acquisitiekosten of de toekomstige winstmarges in overgenomen portefeuilles als gevolg van deze toets worden in latere jaren niet meer teruggenomen.

Veronderstellingen toereikendheidstoets

Veronderstellingen toereikendheidstoets
Disconteringsvoet Gebaseerd op door EIOPA gepubliceerde rentetermijnstructuur, waarbij rekening is gehouden met de Ultimate Forward Rate (UFR) en Volatility Adjustment (VA), per 31 december 2018.
Winstdeling Er is sprake van volledige winstdeling indien de dekkingsgraad, ofwel de marktwaarde van de beleggingen uitgedrukt in procenten van de marktwaarde van de reeds toegekende verplichtingen, hoger is dan 225%. Indien de dekkingsgraad 125% of lager is, dan is er geen winstdeling. Tussen 125% en 225% is de winstdeling naar evenredigheid.
Premiemaatregel Indien zowel de 20 jaars swaprente volgens de hierboven omschreven rentetermijnstructuur lager is dan 1% als de dekkingsgraad lager is dan 125% wordt er een extra premieverhoging gevraagd.
Verwachte sterfte Meest recente prognosetafel van het Koninklijk Actuarieel Genootschap voor Nederland en prognosetafel van het Instituut van de Actuarissen in België voor België, gecorrigeerd met leeftijdscorrecties waar nodig.
Onnatuurlijk verval Ervaringskansen per homogene risicogroep op basis van de eigen portefeuille.
Kosten Kosten per dekking, inclusief de beleggingskosten behorende tot de technische voorziening. De kosten per dekking zijn bepaald op basis van de begroting 2019 voor zowel Nederland als België.
Garanties Reële waarde.

Het totaal van de technische voorzieningen van het levenbedrijf laat bij de uitgevoerde toereikendheidstoetsen op marktwaarde een overwaarde van € 813 miljoen (2017: € 658 miljoen) zien. De overwaarde is gestegen ten opzichte van 2017 als gevolg van een daling van de marktrente. De uitkomsten van de toereikendheidstoets zijn op het niveau van DELA Natura- en levensverzekeringen N.V. (inclusief het Belgische en Duitse bijkantoor) uitgevoerd. Gezien de materialiteit van de technische voorziening van de Duitse portefeuille is deze niet apart gemodelleerd. 

4.11 Langlopende schulden

Langlopende schulden, specificatie

Bedragen x € 1.000

Langlopende schulden, specificatie
    31-12-2018 31-12-2017    
           
Depot herverzekeraars   13.927  12.880     
Depositofonds   134.870  134.378     
Geldlening o/g extern lang   2.439  1.840     
           
Langlopende schulden   151.236  149.098     

Van de langlopende schulden zijn de delen met een looptijd van korter dan 1 jaar geclassificeerd onder de kortlopende schulden.  € 17 miljoen van de langlopende schulden heeft een verwachte looptijd van korter dan 5 jaar.

Herverzekerde verplichtingen
De hierboven opgenomen schulden aan herverzekeraars maken deel uit van een arrangement en hebben een langlopend karakter. De herverzekeraars zijn verplicht het herverzekerd belang in contanten bij de verzekeraars van de Groep te deponeren. Over het depot wordt een rente vergoed van 4,5% per jaar (2017: 4,5%).

Schulden uit hoofde van het depositofonds
Dit betreft stortingen door cliënten ten behoeve van de toekomstige verzorging van de uitvaart. Deze deposito’s zijn tussentijds niet opvraagbaar en worden uitgekeerd bij overlijden. Hierdoor heeft deze post een overwegend langlopend karakter.

Schulden uit hoofde van het depositofonds, verloop

Bedragen x € 1.000

Schulden uit hoofde van het depositofonds, verloop
    2018  2017     
           
Stand per 1 januari   134.378  128.875     
           
Bijgeschreven rente   3.307  3.527     
Ontvangen stortingen   1.704  6.260     
Uitkeringen   ‑4.519  ‑4.284     
           
Boekwaarde per 31 december   134.870  134.378     

De rentevergoeding over het depositofonds wordt jaarlijks gebaseerd op de ECB-depositorente per 31 december van het betreffende jaar plus 0,75 procentpunt, met een minimumvergoeding van 2,5% of 3,0% per jaar afhankelijk van het ingelegde bedrag. Over zowel 2018 als 2017 is een rente vergoed van 2,5% of 3,0% per jaar afhankelijk van het ingelegde bedrag.

Schulden aan kredietinstellingen
Het betreft opgenomen leningen van dochterondernemingen bij kredietinstellingen. De van toepassing zijnde rentepercentages variëren van 1% tot 2%.

4.12 Kortlopende schulden

Kortlopende schulden, specificatie

Bedragen x € 1.000

Kortlopende schulden, specificatie
    31-12-2018 31-12-2017    
           
Vooruitontvangen premies   59.714  56.132     
Crediteuren   17.439  14.237     
Vennootschapsbelasting   8.834  48.222     
Overige belastingen en sociale lasten   8.559  8.851     
Nog te betalen uitkeringen   32.573  36.191     
Kortlopend deel langlopende schulden   128  262     
Afgeleide financiële instrumenten   43  3.676     
Overige schulden en overlopende passiva   56.256  44.892     
           
Boekwaarde per 31 december   183.546  212.463     

Afgeleide financiële instrumenten
Onder afgeleide financiële instrumenten zijn valutatermijncontracten opgenomen. Deze zijn niet beursgenoteerd. Waardering vindt plaats op basis van de ‘mark-to-model’ benadering.

Voor een schuld aan een kredietinstelling is de Groep een interest rate swap aangegaan, waarbij variabele rente wordt ontvangen en vaste rente wordt betaald. De schuld is in 2014 afgelost. Op balansdatum bedroeg de marktwaarde (zijnde de boekwaarde) van deze interest rate swap € 43 negatief (2017: € 98 negatief).

Grafonderhoud (begrepen in de post Overige schulden en overlopende passiva)
De overlopende post (groot € 2.092) wordt bepaald op basis van de vooruit ontvangen opbrengsten uit hoofde van afgesloten onderhoudsovereenkomsten inzake het onderhoud van grafmonumenten en het verwachte toekomstige verlies van de op balansdatum afgesloten onderhoudscontracten. Oude contracten worden gedurende een looptijd van 15 jaar lineair afgeschreven. Nieuwe contracten worden afgeschreven in overeenstemming met de looptijd van het contract.

4.13 Niet in de balans opgenomen activa en verplichtingen

Aansprakelijkheidsstelling
Door DELA Coöperatie is ten behoeve van de meeste in de consolidatie betrokken dochterondernemingen een aansprakelijkheidsstelling afgegeven zoals bedoeld in artikel 2:403 BW. De betreffende dochterondernemingen zijn opgenomen in paragraaf 1.2.

(Meerjarige) financiële verplichtingen

Bedragen x € 1.000

(Meerjarige) financiële verplichtingen
  Korter dan één jaar Tussen één en vijf jaar Langer dan vijf jaar    
           
Huurverplichtingen 3.514  12.038  8.622     
Leaseverplichtingen 3.832  3.895  131     

Kredietfaciliteiten
DELA heeft een kredietfaciliteit bij Northern Trust van maximaal € 35 miljoen of 10% van de waarde van de effecten die in bewaring liggen van de kredietverstrekker. Het onderpand bestaat uit de effecten die bij Northern Trust in bewaring liggen. Het verschuldigde rentepercentage bedraagt EONIA rentetarief plus een opslag van 1,25%.

Investeringsverplichting
DELA is met het Amvest Residential Core Fund contractueel overeengekomen om € 296 miljoen te investeren. Eind 2018 is € 186,7 miljoen geïnvesteerd.
DELA is met het DIF Infrastructure in 2017 contractueel overeengekomen om € 50 miljoen te investeren. Ultimo 2018 is € 15,0 miljoen geïnvesteerd.
Met het First State EDIF 2 Infrastructure Fund is in 2017 een verplichting aangegaan voor een investering van € 50 miljoen. Ultimo 2018 is € 26,4 miljoen geïnvesteerd.
In 2018 zijn verplichtingen met betrekking tot vastgoedfondsen aangegaan met JP Morgan voor € 100 miljoen en met IFM voor € 100 miljoen.
Aangaande infrastructuurfondsen zijn in 2018 verplichtingen aangegaan met Blackrock voor € 200 miljoen en met M&G voor € 200 miljoen.

Toekomstige contractuele huurinkomsten
DELA heeft uit hoofde van lopende huurovereenkomsten recht op toekomstige huuropbrengsten.

Toekomstige contractuele huurinkomsten

Bedragen x € 1.000

Toekomstige contractuele huurinkomsten
  Korter dan één jaar Tussen één en vijf jaar Langer dan vijf jaar    
           
Huurinkomsten 56.011  112.140  41.262     

Fiscale eenheid
Binnen de Groep is een Nederlandse fiscale eenheid opgericht voor de vennootschapsbelasting (VPB) en voor de Belasting Toegevoegde Waarde (BTW). In de tabel hieronder wordt de samenstelling van deze fiscale eenheden voor alle Nederlandse vennootschappen weergegeven:

Samenstelling fiscale eenheden

Samenstelling fiscale eenheden
  VPB BTW      
           
DELA Coöperatie U.A. Ja Ja      
DELA Holding N.V. Ja Ja      
DELA Natura- en levensverzekeringen N.V. Ja Ja      
DELA Vastgoedmanagement B.V. Ja Ja      
DELA Vastgoed B.V. Ja Ja      
DELA Hypotheken B.V. Ja Ja      
DELA Crematoria Groep B.V. Ja Ja      
AB Crematorium DELA B.V. Ja Ja      
DomusDELA Vastgoed B.V. Ja Ja      
DomusDELA Klooster B.V. Ja Ja      
DELA Uitvaartverzorging N.V. Ja Ja      
DELA Depositofonds B.V. Ja Ja      
DELA Uitvaartvervoer B.V. Nee Ja      
DELA Heerhugowaard B.V. Ja Ja      
Begraafbeheer B.V. Ja Ja      
Stichting DELA Depositary & Management Nee Ja      
UNC Holding B.V. Nee Nee      

5. Toelichting op de resultatenrekening

5.1 Netto-omzet

Omzet, geografische verdeling

Bedragen x € 1.000

Omzet, geografische verdeling
      2018    2017 
           
Premie-inkomen          
Premie-inkomen Nederland   341.580    335.860   
Premie-inkomen België   108.905    98.913   
Premie-inkomen Duitsland   297       
      450.782    434.773 
Opbrengst uitvaartbedrijf          
Opbrengst uitvaartbedrijf Nederland   188.635    182.508   
Opbrengst uitvaartbedrijf België   52.520    54.602   
Interne omzet -/- 127.680    121.028   
      113.475    116.082 
           
Opbrengsten uit beleggingen     ‑139.287    422.973 
           
Overige omzet verzekeraar     109    3.418 
           
Totaal     425.079    977.246 

Van de totale premie-inkomsten in 2018 bestaat € 4,1 miljoen uit koopsommen (2017: € 4,3 miljoen).

5.2 Opbrengst uit beleggingen

Gerealiseerde en ongerealiseerde resultaten op beleggingen, specificatie 2018

Bedragen x € 1.000

Gerealiseerde en ongerealiseerde resultaten op beleggingen, specificatie 2018
2018 Gerealiseerde winst Gerealiseerd verlies Ongerealiseerd resultaat Beheerskosten en rentelasten Totaal
           
Deelnemingen (a) 53  ‑  ‑  ‑  53 
           
Terreinen en gebouwen (b) 62.785  ‑  25.616  11.725  76.676 
           
Overige financiële beleggingen (c):          
- Aandelen en andere niet-vastrentende waardepapieren 189.560  76.369  ‑277.238  5.954  ‑170.001 
- Obligaties en andere vastrentende waardepapieren 117.422  90.937  ‑22.320  6.107  ‑1.942 
- Derivaten 121.534  263.830  44.981  367  ‑97.682 
- Vorderingen uit hypothecaire leningen 9.943  ‑  ‑  748  9.195 
- Vorderingen uit andere leningen 5.957  985  ‑3.132  ‑  1.840 
- Infrastructuur 1.062  ‑  835  ‑  1.897 
- Andere financiële beleggingen 9.445  ‑3.150  32.839  4.757  40.677 
  454.923  428.971  ‑224.035  17.933  ‑216.016 
           
Totaal beleggingsresultaat (a) + (b) + (c) 517.761  428.971  ‑198.419  29.658  ‑139.287 

Gerealiseerde en ongerealiseerde resultaten op beleggingen, specificatie 2017

Bedragen x € 1.000

Gerealiseerde en ongerealiseerde resultaten op beleggingen, specificatie 2017
2017 Gerealiseerde winst Gerealiseerd verlies Ongerealiseerd resultaat Beheerskosten en rentelasten Totaal
           
Deelnemingen (a) 162  ‑  ‑  ‑  162 
           
Terreinen en gebouwen (b) 58.285  ‑  14.959  14.435  58.809 
           
Overige financiële beleggingen (c):          
- Aandelen en andere niet-vastrentende waardepapieren 179.314  35.020  92.634  5.573  231.355 
- Obligaties en andere vastrentende waardepapieren 127.950  40.127  ‑123.511  3.993  ‑39.681 
- Derivaten 240.211  210.547  101.541  579  130.626 
- Vorderingen uit hypothecaire leningen 9.317  ‑  ‑  621  8.696 
- Vorderingen uit andere leningen ‑  ‑  ‑36  ‑  ‑36 
- Infrastructuur 176  ‑  62  ‑  238 
- Andere financiële beleggingen 29.429  115  8.673  5.183  32.804 
  586.397  285.809  79.363  15.949  364.002 
           
Totaal beleggingsresultaat (a) + (b) + (c) 644.844  285.809  94.322  30.384  422.973 

Ongerealiseerde resultaten zijn de positieve dan wel negatieve verschillen tussen de aankoopprijs en de marktwaarde van de beleggingen (inclusief valuta-effecten) die op balansdatum in bezit zijn van de Groep. Alle overige beleggingsopbrengsten worden toegerekend aan de gerealiseerde beleggingsopbrengsten.

 

Directe en indirecte beleggingsresultaten, specificatie

Bedragen x € 1.000

Directe en indirecte beleggingsresultaten, specificatie
2018 Direct Indirect Totaal
       
Deelnemingen (a) 53  ‑  53 
       
Terreinen en gebouwen (b) 50.950  25.726  76.676 
       
Overige financiële beleggingen (c):      
- Aandelen en andere niet-vastrentende waardepapieren 54.850  ‑224.851  ‑170.001 
- Obligaties en andere vastrentende waardepapieren 72.049  ‑73.991  ‑1.942 
- Derivaten ‑367  ‑97.315  ‑97.682 
- Vorderingen uit hypothecaire leningen 9.195  ‑  9.195 
- Vorderingen uit andere leningen 5.255  ‑3.415  1.840 
- Infrastructuur 1.062  835  1.897 
- Andere financiële beleggingen 8.196  32.481  40.677 
  150.240  ‑366.256  ‑216.016 
       
Totaal beleggingsresultaat (a) + (b) + (c) 201.243  ‑340.530  ‑139.287 
       
       
2017 Direct Indirect Totaal
       
Deelnemingen (a) 162  ‑  162 
       
Terreinen en gebouwen (b) 61.596  ‑2.787  58.809 
       
Overige financiële beleggingen (c):      
- Aandelen en andere niet-vastrentende waardepapieren 43.185  188.170  231.355 
- Obligaties en andere vastrentende waardepapieren 76.300  ‑115.981  ‑39.681 
- Derivaten ‑  130.626  130.626 
- Vorderingen uit hypothecaire leningen 8.696  ‑  8.696 
- Vorderingen uit andere leningen ‑  ‑36  ‑36 
- Infrastructuur 176  62  238 
- Andere financiële beleggingen 3.763  29.041  32.804 
  132.120  231.882  364.002 
       
Totaal beleggingsresultaat (a) + (b) + (c) 193.878  229.095  422.973 

Onder directe beleggingsresultaten worden alle ontvangen rente, huur- en dividendopbrengsten verstaan minus alle beleggingskosten. Alle resultaten, zowel gerealiseerd als niet-gerealiseerd die ontstaan als gevolg van marktwaardemutaties worden toegerekend aan de indirecte beleggingsopbrengsten.

5.3 Verzekeringstechnische lasten

Verzekeringstechnische lasten, specificatie

Bedragen x € 1.000

Verzekeringstechnische lasten, specificatie
    2018  2017     
           
Uitkering bij overlijden   10.689  8.787     
Uitvaartkosten   104.674  100.101     
Expiratie   2.344  2.318     
Uitkering pensioenverzekeringen   40  13     
Kapitaaluitkeringen   51.067  47.701     
Uitkeringen royementen   262  816     
Afkopen   15.421  19.261     
Dotatie technische voorziening   227.361  216.092     
Intercompany uitkeringen verzekeraar aan uitvaartbedrijf -/- 127.680  121.028     
           
Totaal   284.178  274.061     

5.4 Personeelskosten

Personeelskosten, specificatie

Bedragen x € 1.000

Personeelskosten, specificatie
    2018  2017     
           
Salarissen   71.665  65.958     
Sociale lasten   16.070  15.650     
Pensioenlasten   11.450  8.254     
Uitbesteed werk   37.973  27.533     
Overige personeelskosten   8.070  8.108     
           
Totaal   145.228  125.503     

De stijging van de kosten uitbesteed werk in 2018 komt hoofdzakelijk door extra investeringen in digitalisering.  

5.5 Acquisitiekosten

Acquisitiekosten, specificatie

Bedragen x € 1.000

Acquisitiekosten, specificatie
    2018  2017     
           
Toegerekende acquisitiekosten personeel   13.285  13.600     
Toegerekende acquisitiekosten overig   21.213  16.417     
Directe acquisitiekosten   14.084  13.922     
Geactiveerde acquisitiekosten   ‑12.254  ‑12.092     
Afschrijving acquisitiekosten   7.967  7.184     
           
Totaal   44.295  39.031     

De toegerekende acquisitiekosten personeel en overig betreft indirecte acquisitiekosten, die worden bepaald op basis van interne kostenmodellen. 

5.6 Andere bedrijfskosten

Hieronder een uitsplitsing van de andere bedrijfskosten:

Andere bedrijfskosten, specificatie

Bedragen x € 1.000

Andere bedrijfskosten, specificatie
    2018  2017     
           
Gebouw en inventaris   16.052  17.501     
Autokosten   6.186  6.137     
ICT-kosten   20.074  15.424     
Reclamekosten   17.620  17.547     
Advieskosten   6.060  6.224     
Kantoorkosten   7.053  7.134     
Incidentele baten   ‑4.204  ‑     
Incidentele lasten   2.480  18.787     
Gift Stichting DELA Fonds   690  887     
Overige kosten   2.903  1.100     
           
Af: Toegerekende acquisitiekosten overig   ‑21.213  ‑16.417     
           
Totaal   53.702  74.325     

5.7 Afschrijvingen op en overige waardeveranderingen van immateriële en materiële vaste activa

In de andere bedrijfskosten en overige baten en lasten zijn begrepen afschrijvingen op en waardeverminderingen van immateriële en materiële vaste activa.

Afschrijvingen en waarderverminderingen immateriële en materiële vaste activa, specificatie

Bedragen x € 1.000

Afschrijvingen en waarderverminderingen immateriële en materiële vaste activa, specificatie
    2018  2017     
           
Afschrijvingen immateriële vaste activa   23.903  10.486     
Afschrijvingen materiële vaste activa   11.063  11.256     
           
Totaal   34.966  21.742     

5.8 Beloning bestuurders en commissarissen

De bezoldiging van de bestuurders kent een vaste en een variabele component. Het Bestuur ontvangt geen representatievergoeding noch aandelen of opties, echter de variabele beloning (maximaal 20%) wordt voor 60% onvoorwaardelijk uitgekeerd en voor 40% voorwaardelijk. Beide delen worden volledig in contanten uitgekeerd. De retentieperiode voor het voorwaardelijke deel bedraagt drie jaar. De bezoldiging van bestuurders in het boekjaar bedroeg aan vaste beloning € 995 (2017: € 966), aan uitgekeerde variabele beloning € 199 (2017: € 173) en aan bijdrage pensioenen € 215 (2017: € 256).

De bezoldiging van de commissarissen (van DELA Coöperatie U.A., DELA Holding N.V. en DELA Natura- en levensverzekeringen N.V. tezamen) in het boekjaar bedroeg € 258 (2017: € 244).

5.9 Accountantshonoraria

In het boekjaar en voorgaand boekjaar zijn de volgende bedragen aan accountantshonoraria ten laste van het resultaat gebracht (het honorarium voor het onderzoek van de jaarrekening betreft de totale honoraria over het boekjaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, ongeacht of de werkzaamheden door de externe accountant reeds gedurende het boekjaar zijn verricht):

Accountantshonoraria

Bedragen x € 1.000

Accountantshonoraria
2018 Deloitte NL Deloitte buitenland Totaal Deloitte
Controle van de jaarrekening 338 249 587
Andere controlewerkzaamheden 158 - 158
2017 Deloitte NL Deloitte buitenland Totaal Deloitte
Controle van de jaarrekening 368 239 607
Andere controlewerkzaamheden 183 - 183

Bovenstaande honoraria betreffen de werkzaamheden die bij de groep zijn uitgevoerd door accountants-organisaties en onafhankelijke externe accountants zoals bedoeld in art. 1, lid 1 Wta (Wet toezicht accountants-organisaties) en de in rekening gebrachte honoraria van het gehele netwerk waartoe de accountantsorganisatie behoort. De andere controlewerkzaamheden betreffen hoofdzakelijk de controle van de kwantitatieve jaarstaten richting de toezichthouder.

5.10 Belastingen resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening

De belasting over het resultaat voor belastingen ten bedrage van - € 291.611 kan als volgt worden toegelicht:

Belastingen over het resultaat, specificatie

Bedragen x € 1.000

Belastingen over het resultaat, specificatie
    2018  2017     
           
Verschuldigde vennootschapsbelasting verslagjaar   ‑56.870  62.437     
Voorgaande jaren   708  ‑4.162     
Acute vennootschapsbelasting   ‑56.162  58.275     
           
Latente vennootschapbelasting   ‑32.300  20.120     
           
Totaal   ‑88.462  78.395     

Het toepasselijke belastingtarief is gebaseerd op het nominale Nederlandse belastingtarief.

Belastingen over het resultaat, toelichting

Bedragen x € 1.000

Belastingen over het resultaat, toelichting
    2018  2017     
           
Resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening voor belastingen   ‑291.611  313.114     
Nominaal belastingpercentage   25% 25%    
           
Nominaal belastingbedrag   ‑72.903  78.279     
Effect deelnemingsvrijstelling   42  ‑2.904     
Vennootschapsbelasting voorgaande jaren   708  ‑4.162     
Overige fiscale faciliteiten   ‑16.309  7.182     
           
Totaal   ‑88.462  78.395     

Onder de overige fiscale faciliteiten is het effect van de toekomstige tariefsverlaging voor de vennootschapsbelasting opgenomen (groot € 17.841). 

6. Verbonden partijen

Identificatie van verbonden partijen
Alle juridische eenheden binnen de Groep worden als verbonden partijen aangemerkt, aangezien de Groep direct of indirect zeggenschap kan uitoefenen over al deze entiteiten. Ook worden door de Groep de bestuurders en hun directe familieleden als verbonden partijen aangemerkt.

Inzake overlijdens die bij DELA Natura- en levensverzekeringen N.V. worden aangemeld, wordt de uitvoering in beginsel verzorgd door DELA Uitvaartverzorging N.V. en haar dochtermaatschappijen.


7. Gemiddeld aantal werknemers

Gedurende 2018 had de Groep gemiddeld 1.967 (2017: 1.865) werknemers in dienst, waarvan 403 (2017: 398) werknemers in België en 9 in Duitsland (2017: 3). Hiervan zijn 31 werknemers (2017: 31) werkzaam in de beleggingssector waarvan de personeelskosten (€ 3.061) vallen onder de beleggingsresultaten.

Gemiddeld aantal werknemers, verdeling naar sector

Gemiddeld aantal werknemers, verdeling naar sector
  Ref. 2018  2017     
           
Verzekeren   343  343     
Uitvaartbedrijf   1.310  1.279     
Holding & Staf   229  212     
Beleggingen   31  31     
           
Totaal   1.913  1.865     

8. Claims

Bij of door de Groep is geen materiële claim aanhangig gemaakt.


Eindhoven, 17 april 2019

DELA Coöperatie

Het bestuur

 

De raad van commissarissen

 

Drs. E. Doeve MAIA Dr. W.M. van den Goorbergh
   
   
Ir. J.A.M. van der Putten MMO Drs. J.P. de Pender
   
   
J.L.R. van Dijk RA Prof. mr. C.J.H. Jansen
   
   
  Mw. drs. W. A. P. J. Caderius van Veen RA
   
   
  C.P.V. van der Weg
   
   
  mr. drs. G.H.C. de Méris RA FCA
   
   
  Prof. dr. J.J.A. Leenaars

6. Verbonden partijen

Identificatie van verbonden partijen
Alle juridische eenheden binnen de Groep worden als verbonden partijen aangemerkt, aangezien de Groep direct of indirect zeggenschap kan uitoefenen over al deze entiteiten. Ook worden door de Groep de bestuurders en hun directe familieleden als verbonden partijen aangemerkt.

Inzake overlijdens die bij DELA Natura- en levensverzekeringen N.V. worden aangemeld, wordt de uitvoering in beginsel verzorgd door DELA Uitvaartverzorging N.V. en haar dochtermaatschappijen.

7. Gemiddeld aantal werknemers

Gedurende 2018 had de Groep gemiddeld 1.967 (2017: 1.865) werknemers in dienst, waarvan 403 (2017: 398) werknemers in België en 9 in Duitsland (2017: 3). Hiervan zijn 31 werknemers (2017: 31) werkzaam in de beleggingssector waarvan de personeelskosten (€ 3.061) vallen onder de beleggingsresultaten.

Gemiddeld aantal werknemers, verdeling naar sector

Gemiddeld aantal werknemers, verdeling naar sector
  Ref. 2018  2017     
           
Verzekeren   343  343     
Uitvaartbedrijf   1.310  1.279     
Holding & Staf   229  212     
Beleggingen   31  31     
           
Totaal   1.913  1.865     

8. Claims

Bij of door de Groep is geen materiële claim aanhangig gemaakt.


Eindhoven, 17 april 2019

DELA Coöperatie

Het bestuur

 

De raad van commissarissen

 

Drs. E. Doeve MAIA Dr. W.M. van den Goorbergh
   
   
Ir. J.A.M. van der Putten MMO Drs. J.P. de Pender
   
   
J.L.R. van Dijk RA Prof. mr. C.J.H. Jansen
   
   
  Mw. drs. W. A. P. J. Caderius van Veen RA
   
   
  C.P.V. van der Weg
   
   
  mr. drs. G.H.C. de Méris RA FCA
   
   
  Prof. dr. J.J.A. Leenaars